Partners (in ondernemerschap)
Met welke regels en wetten krijg ik te maken als ik iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt in mijn organisatie wil laten werken?
De regels en wetten die van toepassing zijn verschillen per situatie. Het kan gaan om de: Participatiewet, banenafspraak, quotumwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning. De jobcoaches van Philadelphia hebben kennis en inzicht van al deze regelingen en voorzien je graag van de informatie die voor jouw situatie van toepassing is.
Wat moet ik me voorstellen bij ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’?
De term ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ wordt gebruikt voor mensen die niet zelfstandig in staat zijn om het minimum loon te verdienen. Er zijn verschillende doelgroepen waarop dit van toepassing kan zijn. Bijvoorbeeld mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of met niet-aangeboren hersenletsel. Ook mensen die langdurig uit het arbeidsproces zijn geweest kunnen een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Als je wilt gaan werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt dan maakt Philadelphia eerst samen met jou een medewerkers- en een bedrijfsprofiel. Deze profielen vormen de basis voor het aannemen van juist díe mensen die bij jouw organisatie passen.
Wat zijn de verplichtingen vanuit de overheid als het gaat om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en wat zijn de gevolgen als ik daar niet aan voldoe?
In totaal moeten tot 2026: 100.000 extra werknemers aan de slag binnen het bedrijfsleven en 25.000 extra werknemers bij de overheid. Wanneer werkgevers er niet in slagen legt de overheid een boete (quotum toeslag) op. Deze kan oplopen tot € 5.000 per niet ingevulde arbeidsplaats per jaar, voor bedrijven met meer dan 25 werknemers.
Welke partijen spelen een rol in het toeleiden van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt?
Philadelphia werkt in opdracht van het UWV of van gemeenten. Naast het UWV en de gemeente krijg je te maken met de Belastingdienst. Ook kan het zijn dat collega-bedrijven of instellingen zijn betrokken.
Complimenten en klachten
Wie kan er een klacht indienen?
Als cliënt kun je zelf een klacht indienen. Maar ook een vertegenwoordiger kan een klacht indienen namens een cliënt. De klacht gaat dan altijd over de ondersteuning van Philadelphia.
Hoe is privacy geregeld?
Medewerkers van Philadelphia hebben geheimhoudingsplicht. Wat je vertelt, vertel je in vertrouwen. Medewerkers respecteren je privacy. Alleen als het echt nodig is spreekt de medewerker met anderen over je klacht. Hier moet jij dan eerst toestemming voor geven.
Klachtenprocedure
Komt je er niet uit? Je kunt contact opnemen met de klachtenfunctionarissen voor advies, met een vraag of als je niet weet bij wie je terecht kunt met je klacht.
Privacy: procedure uitoefening rechten
Antwoord
Wij antwoorden uw mail binnen een maand. Mocht dit niet lukken dan laten wij u dat binnen die maand weten. Dit ligt aan de complexiteit en/of het aantal verzoeken. In het uiterste geval kan het drie maanden duren.
Identificatie
Wij kunnen altijd om bewijs van uw identiteit vragen. Dit doen we om te voorkomen dat we persoonsgegevens aan een verkeerde partij verstrekken. Of onterechte wijzigingen aanbrengen in uw persoonsgegevens. Het gaat het snelst als u langskomt en uw identiteitsbewijs kan laten zien. Als u jonger bent dan 16 jaar of niet handelingsbevoegd, dan moet het verzoek worden ingediend door de wettelijk vertegenwoordiger.
Individuele afweging bij elk verzoek
Er kunnen omstandigheden zijn dat we aan een bepaald verzoek geen gehoor kunnen geven. Mocht dat zo zijn, dan zullen we u dit helder omschreven laten weten. Als u het er niet mee eens bent, kunt u het altijd voorleggen aan de rechter.
k&w
Vul hier je vraag in
Vul hier je antwoord in
Wat was de aanleiding van het onderzoek?
Philadelphia gaat de komende jaren steeds vaker werken met robot Ivy. De verwachting is dat de robot cliënten en begeleiders kan ondersteunen in de dagelijkse zorg. Zo kan Ivy cliënten bijvoorbeeld helpen met dagstructuur en herinneringen. Daardoor kunnen cliënten naar verwachting meer zelf doen en ervaren zij meer eigen regie. Begeleiders krijgen hierdoor meer tijd voor andere ondersteuningsvragen.
We willen weten of deze voordelen ook echt worden bereikt. Daarom volgen we zorgteams en cliënten die met robot Ivy werken. Met de resultaten van het onderzoek kunnen we de inzet van de robot verder verbeteren.
Wat zijn de onderzoeksvragen?
In dit onderzoek kijken we naar twee onderwerpen: de invoering van robot Ivy en de effecten van de robot.
Vragen over de invoering
1. Hoe verloopt de invoering van robot Ivy?
2. Hoe zorgen we ervoor dat de robot een vast onderdeel wordt van de dagelijkse zorg?
3. Welke factoren helpen of maken dit juist moeilijk?
4. Hoe ervaren cliënten, naasten en medewerkers het gebruik van de robot?
Vragen over de effecten
Leidt de inzet van de sociale robot tot verbeteringen in de zorg en/of positieve uitkomsten voor cliënten en begeleiders?
We kijken naar:
o Cliënten: afhankelijkheid van begeleiders t.a.v. bepaalde ondersteuningsvragen, welbevinden, ervaren eigen regie.
o Begeleiders: ervaren werkdruk en -plezier.
o De zorg: ervaren kwaliteit van zorg, efficiëntie in zorg.
Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
Het onderzoek wordt uitgevoerd door het team Kennis & Wetenschap en het team Sociale Robotica. We volgen hoe de robot wordt ingezet in de praktijk. Op verschillende momenten vragen we cliënten, begeleiders en managers zorg & begeleiding naar hun ervaringen. Dit doen we met vragenlijsten en interviews.
Wat zijn de resultaten
Het onderzoek is nog bezig. Zodra de resultaten beschikbaar zijn, vind je ze op deze pagina terug.
Wat is de eindconclusie?
Het onderzoek is nog niet afgerond. Wanneer er conclusies zijn, vind je ze op deze pagina terug.
Welke adviezen zijn er voor de praktijk?
Het onderzoek loopt nog. Als het onderzoek klaar is, delen we hier de belangrijkste adviezen voor de praktijk.
Wat was de aanleiding van het onderzoek?
Philadelphia ziet mogelijkheden voor sociale robots in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarom investeren we in het gebruik van deze robots en in onderzoek.
Tussen 2017 en 2022 voerde het team Sociale Robotica pilots uit met sociale robot Phi. De robot ‘logeerde’ bij cliënten thuis om te ontdekken hoe de robot kan bijdragen aan hun ondersteuning. Tijdens deze logeer-periodes werd het gebruik van de robot gevolgd. En er werden gesprekken gevoerd met cliënten en begeleiders.
Deze pilots leverden een schat aan kennis en ervaring op. Om hier zoveel mogelijk van te leren, is team Kennis & Wetenschap in de verslagen gedoken van gesprekken met cliënten en begeleiders over hun ervaringen met de robot.
Wat is de onderzoeksvraag?
Hoe kan robot Phi bijdragen aan de ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking?
Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
Een onderzoeker van team Kennis & Wetenschap analyseerde de inhoud van gesprekken met 26 cliënten en 48 begeleiders. Daarbij is gekeken welke thema's steeds terugkwamen in hun ervaringen met robot Phi.
Wat zijn de resultaten?
Uit het onderzoek blijkt dat robot Phi op verschillende manieren kan ondersteunen:
- als geheugensteun (door te herinneren aan taken of activiteiten);
- als gezelschap of maatje;
- als uitlaatklep voor emoties en spanning (door tegen de robot aan te praten);
- als hulpmiddel om cliënten te motiveren (o.a. door suggesties voor activiteiten te geven);
- om rust en ontspanning te bieden (bv. afleiding en makkelijke gesprekken);
- om de persoonlijke ontwikkeling te ondersteunen (door informatie te geven en oefeningen aan te bieden).
Niet iedere cliënt had dezelfde ervaring. De toegevoegde waarde van de robot verschilde per persoon.
Wat is de eindconclusie?
Robot Phi kan een waardevolle aanvulling zijn op de ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking. Of en hoe de robot helpt, verschilt per cliënt.
Welke adviezen zijn er voor de praktijk?
Maak de afweging per cliënt of een sociale robot kan helpen. Ga daarbij uit van de ondersteuningsbehoeftes, wensen en mogelijkheden van de cliënt.
Bespreek de keuze samen met de cliënt en, eventueel, belangrijke naasten.
Gebruik de ervaringen uit dit onderzoek bij het nadenken over hoe een sociale robot het beste kan worden ingezet.
Wil je meer weten over de mogelijkheden van sociale robots? Neem dan contact op met het team Sociale Robotica via socialerobotica@philadelphia.nl.
Wat was de aanleiding van het onderzoek?
Voor mensen met een verstandelijke beperking is het belangrijk om zoveel mogelijk hun eigen leven vorm te geven. Zelf keuzes maken, talenten ontwikkelen en een netwerk van mensen om je heen hebben, dragen bij aan welzijn, gezondheid en een betekenisvol leven. Goede ondersteuning speelt hierin een belangrijke rol. Die ondersteuning werkt het beste wanneer mensen die ondersteuning krijgen, hun familie, vrienden, buurtgenoten en medewerkers samen optrekken en ieder vanuit zijn of haar eigen ervaring en kennis een bijdrage levert.
In de praktijk zien we dat deze manier van samenwerken nog niet altijd vanzelfsprekend is. Vaak ligt de nadruk nog op wat professionals doen, terwijl familie, vrienden en andere mensen uit het netwerk meer kunnen betekenen als zij daarbij worden betrokken. Daardoor blijven kansen om samen te werken soms onbenut.
Dit sluit aan bij het Philadelphia-thema ‘Meer met de cliënt en met anderen’. We willen cliënten zoveel mogelijk ruimte geven om zelf keuzes te maken en zelf te doen wat zij kunnen. Tegelijk kijken we naar de mensen om hen heen. Familie, vrienden, kennissen en buurtgenoten kunnen een waardevolle rol spelen als dat gewenst is.
Daarom starten verschillende locaties van Philadelphia met proeftuinen. Hier werken cliënten, familieleden, bekenden, medewerkers en buurtbewoners samen aan nieuwe manieren van samenwerken. Ze onderzoeken hoe zij elkaar kunnen versterken, hoe ondersteuning kan aansluiten bij wat iemand zelf wil en kan, en hoe het netwerk rond iemand beter benut kan worden.
Onderzoekers volgen deze proeftuinen en verzamelen de lessen die daaruit voortkomen. Die kennis delen we met andere locaties en organisaties. Zo kunnen steeds meer mensen werken aan ondersteuning die uitgaat van gelijkwaardigheid, eigen regie en de kracht van het netwerk.
Wat zijn de onderzoeksvragen?
1. Wat werkt voor wie en onder welke omstandigheden om te komen tot duurzame en gelijkwaardige samenwerking tussen cliënten, informele en formele zorgverleners en de gemeenschap in 24-uurs Wlz-locaties?
2. Welk effect heeft deze verandering in ondersteuning op de kwaliteit van leven van bewoners en het werkplezier van medewerkers?
Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Om te bekijken wat voor wie werkt om te komen tot duurzame en gelijkwaardige samenwerking gaan wij 5 proeftuinen volgen. Op verschillende locaties van Philadelphia zal een proeftuinteam, bestaande uit bewoners, mensen uit hun sociaal netwerk, medewerkers en leden van de lokale gemeenschap samen uitzoeken wat het voor hen betekent om duurzaam en gelijkwaardig samen te werken.
De proeftuinteams werken onder begeleiding van de projectleiders en onderzoekers en worden gevoed door kennis en ervaringen, die zijn opgehaald uit vergelijkbaar onderzoek en geleerde lessen uit de praktijk. Met vragenlijsten, semi-gestructureerde interviews, focusgroepen, logboeken en cross-case analyses volgen we wat er gebeurt en welk effect dit heeft op iedereen.
Bij bewoners van proeftuinlocaties vragen we op meerdere momenten naar hun kwaliteit van leven, gemeten op vijf domeinen. Deze domeinen zijn: Eigen regie, zelfontwikkeling, netwerkrol, zelf/samenredzaamheid en zin- en betekenisgeving. Zo kunnen we zien of bewoners gaandeweg het onderzoek veranderingen ervaren in hun kwaliteit van leven.
Aan medewerkers vragen we meerdere keren naar hun werkplezier, gebaseerd op het domein werkplezier van de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid en de Groninger Werkbeleving Screeningslijst.
Het doel van de proeftuinen is om kennis, geleerde lessen en praktische tips te verkrijgen die we over kunnen dragen aan andere Philadelphia locaties, zodat ook zij hiermee verder kunnen.
Wat zijn de resultaten?
De voorbereiding op dit onderzoek is gestart in mei 2026. Voorlopig zijn er nog geen resultaten.
Wat is de eindconclusie?
Halverwege 2027 hopen wij één of meerdere conclusies te kunnen delen.
Wat zijn de adviezen voor de praktijk?
Adviezen en geleerde lessen zullen gaandeweg het onderzoek, vanaf eind 2026, hier gedeeld worden.
Wat was de aanleiding van het onderzoek?
Mensen met een verstandelijke beperking krijgen soms te maken met uitdagingen die invloed hebben op hun welzijn. Zo kan het lastig zijn om gevoelens duidelijk te maken, om te gaan met stress of aansluiting te vinden bij anderen. Dit kan leiden tot gedrag dat voor henzelf of voor mensen om hen heen moeilijk is. Ook kunnen hierdoor zelfvertrouwen, mentale gezondheid en kwaliteit van leven onder druk komen te staan.
Tegelijk zien we dat muziek veel kan betekenen. Muziek brengt mensen samen, geeft plezier en kan helpen om gevoelens te uiten. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat muziek kan bijdragen aan meer ontspanning, een beter gevoel van welzijn en meer contact met anderen. Ook zijn er aanwijzingen dat muziek kan helpen bij concentratie, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden.
Bij mensen met een verstandelijke beperking zijn deze resultaten veelbelovend. Onderzoeken laten zien dat muziek kan bijdragen aan een betere stemming, meer sociale betrokkenheid en minder moeilijk gedrag. Tegelijkertijd is er nog relatief weinig onderzoek gedaan naar de effecten van muziekinterventies bij deze groep. Daardoor weten we nog niet precies wat het beste werkt en voor wie.
Met dit onderzoek wilden we daarom meer inzicht krijgen in de mogelijkheden van muziek. We onderzochten hoe actieve muziekactiviteiten, zowel op locatie als online, kunnen bijdragen aan het welzijn van volwassenen met een verstandelijke beperking die wonen in een woonvoorziening. Daarbij keken we onder andere naar de invloed op zelfvertrouwen, mentale gezondheid, sociale interactie, aandacht en gedrag. Ook onderzochten we hoe deelnemers en medewerkers deze muziekactiviteiten ervaarden en in hoeverre ze goed passen binnen de dagelijkse ondersteuning
Wat zijn de onderzoeksvragen?
Het onderzoek was opgebouwd uit drie delen, die elk een specifieke onderzoeksvraag behandelden:
Deel 1: Pilotstudie 1 met twee groepen
Wat zijn de effecten en de haalbaarheid van een wekelijkse muziekinterventie in groepsverband vergeleken met recreatieve groepsactiviteiten?
Deel 2: Pilotstudie 2 tijdens Corona
Wat zijn de haalbaarheid, ervaringen en kortetermijneffecten van een gedeeltelijk digitale muziekinterventie die tweemaal per week plaatsvindt?
Deel 3: Grootschalig experiment
Wat zijn de effecten en de haalbaarheid van een individuele muziekinterventie die tweemaal per week plaatsvindt, vergeleken met standaardzorg?
Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
We voerden drie studies uit: twee pilotstudies en een groot experimenteel vervolgonderzoek. De pilotstudies waren bedoeld om zowel de effecten van de interventie als de onderzoeksopzet op kleine schaal te testen en te verbeteren.
In de eerste pilotstudie vergeleken we groepsgewijs muziek maken met andere leuke activiteiten, zoals pingpongen en bakken. In de tweede pilotstudie onderzochten we een deels digitale muziekinterventie. De opgedane inzichten gebruikten we voor het ontwerp van het derde onderzoek: een grootschalig experiment (Randomised Controlled Trial), waarin muziek maken werd vergeleken met standaardzorg.
De muzieksessies hadden telkens een vaste structuur, maar werden aangepast aan de wensen en behoeften van de deelnemer. De sessies werden gegeven door een muziekbegeleider, die hiervoor een trainershandleiding gebruikte. Tijdens de sessies werd actief muziek gemaakt en gezongen. De deelnemers gebruikmaken van verschillende muziekinstrumenten, zoals bongo’s, een gitaar en een schellenraam.
Wat zijn de resultaten?
Het onderzoek laat zien dat muziek maken een positieve bijdrage kan leveren aan het welzijn van mensen met een lichte verstandelijke beperking. Tijdens verschillende pilotstudies en een groot vervolgonderzoek is onderzocht wat de effecten zijn van een muziekinterventie.
In de eerste pilotstudie werd de muziekinterventie als waardevol ervaren. Deelnemers beleefden er plezier aan en voelden zich meer verbonden. Tegelijkertijd bleek dat de onderzoeksopzet beter kon. Daarom werden onder andere de meetinstrumenten aangepast en kregen deelnemers voortaan individuele muzieksessies in plaats van groepssessies.
Tijdens een tweede pilotstudie, die deels online plaatsvond vanwege de coronapandemie, bleek de interventie goed uitvoerbaar. Deelnemers ervaarden rust en plezier, vooral tijdens de fysieke sessies. Ook werd een afname van probleemgedrag gezien.
Daarna volgde een groot onderzoek met 97 deelnemers. De mensen die deelnamen aan de muziekinterventie lieten minder probleemgedrag zien dan de groep die standaardondersteuning kreeg. Ook rapporteerden zij minder angst- en stemmingsklachten. Veel deelnemers voelden zich direct na de sessies prettiger en positiever.
Daarnaast bleek dat de meeste deelnemers het programma afrondden en er veel plezier aan beleefden. Meer dan de helft bleef ook na afloop actief muziek maken. Wel blijft het een uitdaging om muziek een vaste plek te geven in de dagelijkse ondersteuning, bijvoorbeeld door beperkte tijd en ondersteuning op locaties.
Kort samengevat: muziek maken zorgt voor plezier, ontspanning en positieve effecten op gedrag en stemming. De resultaten laten zien dat muziek een waardevolle aanvulling kan zijn op de ondersteuning van mensen met een lichte verstandelijke beperking.
Wat is de eindconclusie?
Onze studies leiden tot vier belangrijke inzichten.
1. Een individuele actieve muziekinterventie kan probleemgedrag, angst en stemmingsklachten verminderen bij volwassenen met een lichte tot matige verstandelijke beperking, zelfs bij gedeeltelijk digitale uitvoering.
2. Muziek is effectief, maar nog niet duidelijk effectiever dan andere leuke activiteiten.
3. Muziekinterventies worden positief ontvangen en zijn goed uitvoerbaar in de praktijk.
4. Vier kenmerken blijken cruciaal voor succes: individuele sessies, voldoende duur en intensiteit, fysieke uitvoering en een duidelijke, gestructureerde opzet met gedragsdoelen.
Wat zijn adviezen voor de praktijk?
Voor de dagelijkse begeleidingspraktijk wordt aanbevolen een structurele muziekinterventie in te zetten om emotieregulatie en probleemgedrag te verbeteren. Groepsbegeleiders zouden gericht opgeleid moeten worden om deze interventies op een consequente en onderbouwde manier uit te voeren, met de juiste begeleiding van professionele muziekbegeleiders. Daarnaast laat dit onderzoek ook zien hoe belangrijk het is dat groepsbegeleiders kennis opdoen over experimenteel onderzoek, zodat er meer evidence-based interventies binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking tot stand kunnen komen.
Gezichten bij ons verhaal
De oprichtende ouders van Philadelphia
Zij vormden vanaf 1956 de beweging achter Philadelphia en brachten een fundamentele verandering op gang in de gehandicaptenzorg.
Leerbaar & Weerbaar
Moet ik eerst de e-learning doen voordat ik met het materiaal ga werken
Het is niet verplicht, maar we raden het wel aan. Voordat je een thema kiest, is het goed om je eerst te verdiepen in de achterliggende visie op groei en ontwikkeling. Doorloop ook de learningsnacks, korte modules die je voorbereiden op het gebruik van het materiaal. Zo werk je vanaf de eerste keer op de juiste manier met de cliënt.
Lees ook het document of kijk de video met de toelichting op de methode Leerbaar & Weerbaar
Waarom is het belangrijk om altijd bij blok IK te starten?
Leerbaar & Weerbaar is opgebouwd in lagen: eerst 'Besef van jezelf’ (blok IK), dan ‘Jezelf in relatie tot anderen’ (blok IK en de ander), en pas daarna ‘Relaties, liefde en seksualiteit’ (blok IK, lief en leven). Iemand die zich nog niet bewust is van eigen gevoelens, grenzen en lichamelijke reacties, mist het fundament om daar later mee te kunnen werken in het contact met anderen. Wanneer je het blok IK overslaat, kun je bij andere blokken en thema’s tegen beperkingen aanlopen.
Moet ik per thema altijd alle werkbladen doorlopen?
Nee, dat hoeft niet. De werkbladen binnen een thema zijn bedoeld om flexibel in te zetten, afgestemd op wat iemand nodig heeft en waar diegene al staat. Je hoeft dus niet elk werkblad te gebruiken, maar houd wel de volgorde van de werkbladen aan. Kies je bijvoorbeeld voor werkblad 3, 6 en 10, doorloop ze dan ook in die volgorde. De werkbladen bouwen inhoudelijk op elkaar voort.
Ik heb een cliënt die op de ondergrens van LVB functioneert, kies ik dan voor de doelgroep LVB of MVB?
Ga bij twijfel uit van het functioneren van de cliënt, niet alleen van de diagnose of het IQ-cijfer. Kijk naar taalbegrip, abstractievermogen en hoe iemand informatie verwerkt: sluit dat beter aan bij het beeldende, concrete taalgebruik van MVB-materiaal, kies dan daarvoor, ook al valt iemand formeel net onder de LVB-grens. Je kunt materiaal uit beide doelgroepen naast elkaar proberen en kijken wat het beste aanslaat.
Voor wie is het materiaal geschikt?
Voor jongeren vanaf 14 jaar en volwassenen met een lichte of matige verstandelijke beperking. Binnen de blokken en thema's kun je specifiek filteren op LVB, MVB, Jeugd LVB (JLVB) en Jeugd MVB (JMVB), zodat het materiaal aansluit bij zowel leeftijd als niveau.
Kan ik het materiaal ook gebruiken bij cliënten met bijkomende problematiek, zoals autisme of NAH?
Het materiaal is in de basis ontwikkeld voor mensen met een lichte tot matige verstandelijke beperking. Bij bijkomende problematiek is het verstandig om vooraf in te schatten of de vorm (taalgebruik, tempo, prikkels) aansluit. Zo nodig kun je het materiaal aanpassen of combineren met andere ondersteuning.
Kan ik het materiaal individueel gebruiken, of is het alleen voor groepen bedoeld?
Het kan allebei. Je gaat in gesprek met de cliënt, kijkt mee en coacht. Dat kan een-op-een, maar het materiaal leent zich ook voor gebruik in groepsverband. Dit is afhankelijk van het thema en de werkvorm (werkblad, spel, praatplaat, video).
Wat kost het materiaal?
We bieden Leerbaar & Weerbaar gratis aan, zodat ook andere organisaties ermee kunnen werken en de gedachtegang erachter kunnen delen
Wordt het materiaal nog aangevuld of bijgewerkt?
Ja, een team van gedragsdeskundigen en trainers van Philadelphia werkt doorlopend aan uitbreiding, verbetering en actualisering van het materiaal. Ze gebruiken daarbij feedback van gebruikers
Ik heb feedback of een vraag over het materiaal. Waar kan ik terecht?
Mail naar leerbaarenweerbaar@philadelphia.nl. Ideeën, feedback en vragen zijn welkom en gebruiken we om het materiaal te verbeteren.
Is er meer verdieping beschikbaar, zoals een nieuwsbrief of training?
Als je toegang hebt gevraagd voor de online omgeving met het materiaal krijg je ook een nieuwsbrief. De nieuwsbrief komt elk kwartaal uit. Hierin worden tips en ervaringsverhalen gedeeld. Je vindt hierin ook informatie over trainingen en webinars rond Leerbaar & Weerbaar.
Overige vragen
Waarom heeft Philadelphia zorg- en begeleidingsvisies?
Bij Philadelphia vinden we het belangrijk dat jij het leven kunt leiden dat echt bij jou past. Een leven waarin jij zelf keuzes maakt, op jouw manier meedoet en je kunt ontwikkelen zoals jij dat wilt.
Omdat iedereen uniek is hebben we voor verschillende groepen mensen opgeschreven wat we belangrijk vinden in de zorg en ondersteuning. Dat noemen we onze zorg- en begeleidingsvisies. In deze zorg- en begeleidingsvisie staat hoe we er voor jou willen zijn. Wat jij van ons mag verwachten, en hoe wij jou zo goed mogelijk kunnen helpen in het dagelijks leven.
Onze begeleiders gebruiken deze visie als hulpmiddel om jou te ondersteunen op een manier die aansluit bij jouw wensen, behoeften en mogelijkheden. Zo zorgen we er samen voor dat jij optimale zeggenschap hebt en kunt meedoen in de samenleving – op jouw eigen manier.
Wat was de aanleiding van het onderzoek?
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.
Onze onderzoekslijnen
De vier thema’s die richting geven aan ons onderzoek tot 2030 zijn:
1. Cliëntontwikkeling
Cliënten hebben meer mogelijkheden om een eigen leven te leiden wanneer zij meer zelf kunnen doen. Daarom is het belangrijk om binnen onze zorg in te zetten op ontwikkeling waar mogelijk, bijvoorbeeld door sociaal-emotionele groei te stimuleren en adaptieve vaardigheden te versterken. Waar achteruitgang dreigt, bijvoorbeeld bij het ouder worden, richten we ons op het behoud van vaardigheden. Het onderzoek dat we (laten) uitvoeren richt zich op de vraag hoe we hier binnen onze zorg zo goed mogelijk aan kunnen bijdragen.
2. Sociale innovatie
We besteden veel aandacht aan het versterken van sociale netwerken en gemeenschappen rond cliënten. Ook investeren we in een goede samenwerking tussen professionele ondersteuning, familie, vrienden, vrijwilligers en andere betrokkenen. Zo vergroten we de kansen op een betekenisvol leven, helpen we gezondheidsproblemen te voorkomen en dragen we bij aan toekomstbestendige ondersteuning.
Ons onderzoek richt zich vaak op sociale initiatieven die verbinding tussen mensen versterken. We brengen ervaringen en opbrengsten in kaart, zodat beter zichtbaar wordt wat werkt en waarom. Deze kennis helpt om initiatieven verder te ontwikkelen, keuzes te onderbouwen en de ondersteuning in de praktijk stap voor stap te verbeteren.
3. Cliëntgezondheid
Gezond blijven en gezondheidsproblemen vroeg signaleren zijn voor veel cliënten extra belangrijk. Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaker te maken met gezondheidsproblemen die niet altijd direct worden herkend. Door aandacht te hebben voor gezondheid, welzijn en een gezonde leefstijl kunnen we problemen eerder voorkomen of aanpakken.
Preventief werken aan gezondheid helpt cliënten om zo zelfstandig mogelijk te leven en keuzes te maken die bij hen passen. Het draagt bij aan hun eigen regie en ondersteunt hen bij het gebruik van technologie in het dagelijks leven en het versterken van hun sociale netwerk. Zo zijn zij beter voorbereid op de toekomst en kunnen zij, waar mogelijk, met meer zelfstandigheid en minder intensieve ondersteuning wonen en leven.
4. Technologische innovatie
Technologie biedt veel mogelijkheden om het dagelijks leven van cliënten te versterken. Het kan helpen om zelfstandiger te leven, meer eigen regie te ervaren en gemakkelijker contact te houden met anderen. Ook kan technologie medewerkers ondersteunen in hun werk, zodat er meer tijd en aandacht overblijft voor wat echt belangrijk is.
Met ons onderzoek vergroten we de kennis over de inzet van technologie in de praktijk. We onderzoeken wat werkt, voor wie en onder welke voorwaarden. Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar de ervaren meerwaarde, de effecten in het dagelijks leven en wat nodig is om technologische toepassingen goed in te voeren en te gebruiken. De inzichten die dit oplevert helpen om technologie gerichter in te zetten, verder te ontwikkelen en beter te onderbouwen. Zo dragen we bij aan passende ondersteuning die aansluit bij de wensen en behoeften van cliënten en medewerkers.
Wat was de aanleiding van het onderzoek?
Bij Philadelphia ondersteunen we mensen met een verstandelijke beperking om zo zelfstandig mogelijk te leven en hun eigen keuzes te maken. We kijken daarbij naar wat iemand zelf wil en kan, en naar welke ondersteuning daarbij past.
De zorg verandert. Er zijn steeds meer mensen die ondersteuning nodig hebben en de vragen worden soms complexer. Tegelijkertijd zijn er minder zorgprofessionals beschikbaar. Daarom zoeken we naar manieren om ondersteuning toegankelijk en passend te houden, nu en in de toekomst. Digitale ondersteuning kan daarbij helpen.
Een voorbeeld hiervan is DigiContact. Met DigiContact kunnen cliënten 24 uur per dag, 7 dagen per week contact opnemen met een ondersteuningsmedewerker via beeldbellen of telefoon. Daarvoor is geen afspraak nodig. Zo kunnen zij zelf bepalen wanneer zij ondersteuning willen en waar zij die nodig hebben. Dit biedt meer regie en geeft een gevoel van zekerheid.
We vinden het belangrijk om goed te begrijpen welke waarde DigiContact heeft voor de mensen die er gebruik van maken. Daarom hebben we onderzoek gedaan naar de ervaringen en effecten van DigiContact. Op deze pagina lees je meer over het onderzoek onder mensen die zelfstandig wonen en ambulante ondersteuning ontvangen. Er is ook onderzoek gedaan onder cliënten die begeleid wonen.
Wat zijn de onderzoeksvragen?
Het onderzoek keek naar de toegevoegde waarde van DigiContact voor zelfstandig wonende cliënten. De onderzoeksvragen waren:
1. Wat houdt ondersteuning van DigiContact in?
2. Hoe verhoudt de ondersteuning van DigiContact zich tot de ondersteuning van bijvoorbeeld een ambulant begeleider?
3. Wat zijn de ervaringen van cliënten en professionals met DigiContact?
Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
Het onderzoek was een groot, verkennend praktijkonderzoek waarbij voornamelijk interviews werden gehouden met cliënten die DigiContact gebruiken, coördinerend (ambulant) begeleiders en DigiContact-medewerkers. Daarnaast werd de timing en inhoud van ondersteuningscontacten met DigiContact bijgehouden en geanalyseerd.
Wat zijn de resultaten?
DigiContact wordt gebruikt voor veel verschillende ondersteuningsvragen. Cliënten nemen bijvoorbeeld contact op over hun gezondheid, sociale contacten, praktische zaken of omdat zij ergens mee zitten. Vooral gesprekken over zorgen, stress, emoties en de behoefte aan contact komen vaak voor.
Een belangrijk voordeel van DigiContact is dat cliënten zelf kunnen bepalen wanneer zij ondersteuning vragen. Daardoor hebben zij meer regie over het moment en de frequentie van het contact. DigiContact werkt vaak goed als aanvulling op de ondersteuning thuis, omdat er ook hulp beschikbaar is wanneer de vaste ondersteuner niet bereikbaar is. Problemen of spanningen kunnen daardoor soms eerder worden besproken.
Tegelijkertijd is DigiContact niet voor iedereen of in iedere situatie de beste oplossing. Sommige cliënten vinden het lastig dat zij contact hebben met verschillende medewerkers en missen een vertrouwd gezicht. Ook is het op afstand soms moeilijker om een situatie goed in te schatten, bijvoorbeeld omdat non-verbale signalen minder zichtbaar zijn.
Wat is de eindconclusie?
DigiContact kan ondersteuning flexibeler maken en beter laten aansluiten bij wat iemand nodig heeft. Het kan bijdragen aan meer eigen regie, omdat cliënten zelf kunnen kiezen wanneer zij contact opnemen. Ook kan DigiContact helpen om zorgen of problemen vroeg te bespreken en vaardigheden te oefenen in het dagelijks leven.
DigiContact is niet voor iedereen of in elke situatie de beste oplossing. Daarom is het belangrijk dat het onderdeel is van een breder aanbod aan ondersteuning. Zo kan samen worden gekeken welke combinatie het beste past bij iemands wensen en behoeften.
DigiContact kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met ondersteuning thuis of op een ontmoetingsplek. Cliënten kunnen dan kiezen welke vorm van ondersteuning op dat moment het meest helpend is. Zo vullen de verschillende vormen van ondersteuning elkaar aan en ontstaat een aanbod dat past bij de persoon.
Welke adviezen zijn er voor de praktijk?
· Kijk bij de inzet van DigiContact altijd naar de wensen, behoeften en doelen van de persoon zelf.
· Zorg voor goede samenwerking en afstemming tussen DigiContact en andere begeleiders zoals de coördinerend begeleiders.
· Help cliënten om de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om zelf op tijd ondersteuning te vragen. Op die manier kunnen zij profiteren van de mogelijkheid om hulp (van DigiContact) in te schakelen op momenten waarop het voor hen het meest nodig is.
· Train medewerkers van DigiContact specifiek in het geven van goede (ongeplande) ondersteuning op afstand.
Wat was de aanleiding van het onderzoek?
We vinden het belangrijk dat mensen zoveel mogelijk hun eigen leven kunnen vormgeven. Zelf keuzes maken, dingen zelf doen en ondersteuning krijgen op een manier die past bij hun leven en wensen. Digitale oplossingen kunnen daarbij helpen. Ze geven mensen meer mogelijkheden om zelf de regie te houden en ondersteuning te krijgen op het moment dat zij die nodig hebben.
Een voorbeeld daarvan is DigiContact. Via DigiContact kunnen mensen dag en nacht contact opnemen met een ondersteuningsmedewerker, via beeldbellen of telefonisch. Daarvoor is geen afspraak nodig. Zo kunnen zij zelf kiezen wanneer en waar zij behoefte hebben aan ondersteuning. Dat geeft ruimte, zelfstandigheid en een gevoel van zekerheid.
We willen goed begrijpen wat DigiContact betekent voor de mensen die er gebruik van maken. Daarom hebben we uitgebreid onderzoek gedaan naar de ervaringen en effecten van deze vorm van ondersteuning. Eerst onderzochten we hoe mensen die zelfstandig wonen en ambulante ondersteuning ontvangen DigiContact ervaren. Daarna keken we ook naar de ervaringen van mensen die wonen op een locatie van Philadelphia en daar ondersteuning krijgen in het dagelijks leven.
Met dit onderzoek krijgen we meer inzicht in hoe DigiContact kan bijdragen aan een leven met meer eigen regie, passende ondersteuning en mogelijkheden om zelf keuzes te maken. Die kennis helpt ons om de ondersteuning steeds beter aan te laten sluiten bij wat mensen nodig hebben.
Wat zijn de onderzoeksvragen?
De onderzoeksvragen waren:
1. Voor welke hulpvragen zetten cliënten DigiContact in?
2. Hoe ervaren cliënten de ondersteuning vanuit DigiContact?
3. Wat is de ervaren (toegevoegde) waarde van DigiContact als aanvulling op de ondersteuning van begeleiders op locatie?
4. Welke belemmeringen komen cliënten tegen in het gebruik van DigiContact?
Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
Er zijn interviews gehouden met 14 cliënten die begeleid wonen bij Philadelphia en gebruik maken van DigiContact. Deze geïnterviewde cliënten woonden bij Philadelphia en werden vanuit hun woning ondersteund door begeleiders. In aanvulling daarop werden zij ondersteund door DigiContact.
Wat zijn de resultaten?
De geïnterviewde cliënten gebruikten DigiContact voor uiteenlopende hulpvragen. Voorbeelden hiervan zijn: hun verhaal kwijt kunnen, het bespreken van hun dagplanning, ondersteuning bij zelfzorg, bevestiging krijgen bij onzekerheid.
De meeste geïnterviewde cliënten vonden DigiContact een waardevolle aanvulling op de ondersteuning van de begeleiders op de woonlocatie. Bijvoorbeeld omdat ze DigiContact kunnen bellen op momenten dat begeleiders druk zijn. Of omdat het soms fijn kan zijn om met iemand anders te praten dan de begeleiders op de woning. Niet alle geïnterviewde cliënten vonden DigiContact waardevol. Zo vonden sommigen het overbodig naast de contacten die zij al hadden met begeleiders op locatie.
Wat is de eindconclusie?
De resultaten van dit onderzoek laten zien waar behoeften, knelpunten en kansen liggen bij de inzet van DigiContact bij cliënten die begeleid wonen. DigiContact kan voor cliënten een waardevolle aanvulling zijn op ondersteuning van begeleiders op woonlocaties. Tegelijkertijd zagen we ook dat DigiContact niet voor iedereen en op dezelfde manier passend en waardevol is.
Welke adviezen zijn er voor de praktijk?
Op basis van de resultaten zijn er verschillende adviezen voor de praktijk te geven. Bijvoorbeeld:
· DigiContact is niet voor iedereen op dezelfde manier passend en waardevol. Zet de cliënt centraal en kijk naar diens wensen, behoeften en ontwikkeldoelen. De kans is groot dat er weerstand ontstaat wanneer DigiContact opgelegd wordt.
· Kennis over waar DigiContact bij kan helpen is waardevol. DigiContact kan namelijk helpen bij veel verschillende soorten hulpvragen. Voorbeelden hiervan kunnen helpen bij de afweging om DigiContact in te zetten.
· Zorg voor goede afstemming tussen DigiContact en de begeleiders op locatie.
· Investeer in een wen- en oefenperiode: cliënten vinden het vaak fijn om laagdrempelig te kunnen kennismaken, en hulp en begeleiding te krijgen bij hun eerste contacten met DigiContact.
Wat was de aanleiding van het onderzoek
Om dingen te beleven, ervaren en zich te ontwikkelen, is het belangrijk om op het juiste moment een bepaalde mate van alertheid te hebben. Voor mensen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen ((Z)EV(M)B(+)) is dat niet altijd vanzelfsprekend. Zij kunnen vaak niet zelf aangeven wat zij nodig hebben en hebben hulp nodig om hun alertheid goed te regelen.
De Alertheid, Regulatie & Observatie Schaal (AROS) helpt zorgteams om de alertheid van hun cliënt te begrijpen en te sturen met behulp van een alertheidsplan. Zorgmedewerkers leren signalen herkennen en ontdekken wat een cliënt helpt om meer of juist minder alert te worden. Zo kan beter aangesloten worden bij wat de cliënt op dat moment nodig heeft.
In 2026 en 2027 worden 40 Philadelphia zorgteams begeleid bij het inzetten van de AROS voor één cliënt per team. Begeleiders leren denken en handelen op basis van de alertheid van hun cliënt en integreren dit in hun dagelijkse werkwijze. Het beoogde gevolg: cliënten krijgen meer kansen om zich te ontwikkelen en betekenisvolle ervaringen op te doen.
Philadelphia wil leren over wat er nodig is om het denken en handelen op basis van alertheid zo goed mogelijk in te bedden in de zorgpraktijk. Daarom wordt er onderzoek gedaan naar de implementatie van de AROS. Dit onderzoek wordt uitgevoerd op basis van een ZonMw subsidie, programma Gewoon Bijzonder 2024-2027.
Wat was de aanleiding van het onderzoek?
Philadelphia wil leren over wat er nodig is om het denken en handelen op basis van alertheid zo goed mogelijk in te bedden in de zorgpraktijk. De wetenschappelijke onderbouwing opent ook nieuwe deuren. Het is bijvoorbeeld essentieel voor vergoeding vanuit zorgverzekeraars. Dit onderzoek wordt uitgevoerd op basis van een ZonMw subsidie, programma Gewoon Bijzonder 2024-2027.
Wat zijn de onderzoeksvragen?
De onderzoeksvragen zijn:
1. Hoe wordt het AROS-traject uitgevoerd en hoe ervaren zorgteams het traject?
2. Zorgt het AROS-traject ervoor dat begeleiders in de dagelijkse zorg meer gaan denken en handelen op basis van de alertheid van de cliënt?
3. Leidt een AROS-traject voor zorgteams tot positieve uitkomsten voor de zorg voor mensen met (Z)EV(M)B(+)?
Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Het onderzoek wordt uitgevoerd door het team Kennis & Wetenschap. We volgen hoe de AROS-trajecten worden uitgevoerd en beleefd door deelnemers. Daarnaast bevragen we betrokkenen naar hun ervaringen met het toepassen van het denken en handelen op basis van alertheid in het dagelijkse zorg, en met de eventuele impact daarvan op de zorg voor cliënten. Ervaringen halen we op met behulp van interviews, feedback notities en vragenlijsten.
Wat zijn de resultaten?
Het onderzoek is nog bezig. Zodra de resultaten beschikbaar zijn, delen we ze op deze pagina.
Wat is de eindconclusie?
Het onderzoek is nog niet afgerond. Wanneer er conclusies zijn, delen we ze op deze pagina.
Welke adviezen zijn er voor de praktijk?
Het onderzoek loopt nog. Als het onderzoek klaar is, delen we hier de belangrijkste adviezen voor de praktijk.
Bekijk hier onze vier thema's die richting geven aan ons onderzoek
1. Cliëntontwikkeling
Cliënten hebben meer mogelijkheden om een eigen leven te leiden wanneer zij meer zelf kunnen doen. Daarom is het belangrijk om binnen onze zorg in te zetten op ontwikkeling waar mogelijk, bijvoorbeeld door sociaal-emotionele groei te stimuleren en adaptieve vaardigheden te versterken. Waar achteruitgang dreigt, bijvoorbeeld bij het ouder worden, richten we ons op het behoud van vaardigheden. Het onderzoek dat we (laten) uitvoeren richt zich op de vraag hoe we hier binnen onze zorg zo goed mogelijk aan kunnen bijdragen.
2. Sociale innovatie
We besteden veel aandacht aan het versterken van sociale netwerken en gemeenschappen rond cliënten. Ook investeren we in een goede samenwerking tussen professionele ondersteuning, familie, vrienden, vrijwilligers en andere betrokkenen. Zo vergroten we de kansen op een betekenisvol leven, helpen we gezondheidsproblemen te voorkomen en dragen we bij aan toekomstbestendige ondersteuning.Ons onderzoek richt zich vaak op sociale initiatieven die verbinding tussen mensen versterken. We brengen ervaringen en opbrengsten in kaart, zodat beter zichtbaar wordt wat werkt en waarom. Deze kennis helpt om initiatieven verder te ontwikkelen, keuzes te onderbouwen en de ondersteuning in de praktijk stap voor stap te verbeteren.
3. Cliëntgezondheid
Gezond blijven en gezondheidsproblemen vroeg signaleren zijn voor veel cliënten extra belangrijk. Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaker te maken met gezondheidsproblemen die niet altijd direct worden herkend. Door aandacht te hebben voor gezondheid, welzijn en een gezonde leefstijl kunnen we problemen eerder voorkomen of aanpakken.
Preventief werken aan gezondheid helpt cliënten om zo zelfstandig mogelijk te leven en keuzes te maken die bij hen passen. Het draagt bij aan hun eigen regie en ondersteunt hen bij het gebruik van technologie in het dagelijks leven en het versterken van hun sociale netwerk. Zo zijn zij beter voorbereid op de toekomst en kunnen zij, waar mogelijk, met meer zelfstandigheid en minder intensieve ondersteuning wonen en leven.
4. Technologische innovatie
Technologie biedt veel mogelijkheden om het dagelijks leven van cliënten te versterken. Het kan helpen om zelfstandiger te leven, meer eigen regie te ervaren en gemakkelijker contact te houden met anderen. Ook kan technologie medewerkers ondersteunen in hun werk, zodat er meer tijd en aandacht overblijft voor wat echt belangrijk is.Met ons onderzoek vergroten we de kennis over de inzet van technologie in de praktijk. We onderzoeken wat werkt, voor wie en onder welke voorwaarden. Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar de ervaren meerwaarde, de effecten in het dagelijks leven en wat nodig is om technologische toepassingen goed in te voeren en te gebruiken. De inzichten die dit oplevert helpen om technologie gerichter in te zetten, verder te ontwikkelen en beter te onderbouwen. Zo dragen we bij aan passende ondersteuning die aansluit bij de wensen en behoeften van cliënten en medewerkers.