Hoe werk je met Leerbaar en Weerbaar
Op doorreis
Ook dit deel van je reis begint met voorbereiden. Snuffel daarom eerst door dit Blok en de materialen. Zo krijg je meer zicht op wat je kunt gaan doen.
In blok 2 gaat het om ‘Ik en de ander’. Je gaat aan de slag met ‘sociale weerbaarheid ‘. Dit is: in je kracht blijven, terwijl je met anderen bent. In contact met de ander staat het bewustzijn van jezelf meer onder druk. Bijvoorbeeld: de ander kan slimmer, sneller, dominanter zijn. Of de situatie is nieuw, en je wilt vrienden maken. Het kan ook zijn dat er sprake is van groepsdruk, zoals bij pesten. Het zelfvertrouwen komt meer onder druk te staan, of je vergeet wat je belangrijk vindt.
Met de ander
In blok 2 ervaart je cliënt/leerling:
- Wat je voelt als je samen met de ander bent. Wat je (dan) prettig vindt en niet (wensen en grenzen).
- Of je je staande houdt (zelfbeeld, zelfvertrouwen).
- Hoe je duidelijk maakt wat je niet wilt (weerbaar gedrag).
- Hoe je het samen prettig kunt hebben (sociale vaardigheden).
Je gaat aan de slag met: actie en reactie. Dit is het begrip van ‘jij doet iets’, ‘de ander reageert daarop’, en omgekeerd.
Ontdek meer over VB
Sociaal weerbaar zijn is niet eenvoudig. Je hebt je denkvermogen nodig: wat begrijp je wel en niet van de ander? Wat begrijp je van jezelf? Hoe meer je cognitief, emotioneel en sociaal begrijpt, hoe meer je rekening kan houden met de ander. Zonder dat het een truckje wordt. Je in de ander verplaatsen kan ‘hogere wiskunde’ zijn.
Misschien kies je voor het aanleren van sociale vaardigheden, bijv. om het samenleven prettiger te maken. Voor iemand met MVB kost dat vaak veel meer oefening en herhaling dan voor iemand met LVB.. Maak er een feestje van. Vier elk klein succesje. Dan blijft oefenen leuk. En stop als iemand niet leerbaar blijkt.
Geniet samen
Cognitief en emotioneel: vaak loopt het door elkaar bij mensen met VB. Aan de slag met L&W moet vooral fijn voelen en zijn. Voor je cliënt, maar ook voor jezelf. Niets ‘moet’. Dus wordt niet te doelgericht. Blijf een warm bad, en laat je verrassen door je cliënt. Wat voelt hij en wil hij? Maak er samen een mooi contact moment van. Ontwikkelen moet geen doel van jou alleen zijn. Anders wordt de reis een ‘moeten’ zonder plezier. Of je maakt je cliënt nodeloos onzeker. Ook de thema’s uit Blok 1 helpen dit te voorkomen. Ga bijvoorbeeld aan de slag met: Trots.
Verken eerst
Ook wat blok 2 betreft liggen de opties open. Start met een verkennend gesprek. Het maakt niet zoveel uit met welk thema je dan begint. Vraag naar de voorkeur van je cliënt, en start daarmee. Of kies samen een thema uit.
In een verkennend gesprek zet je weinig materiaal in. Vaak is een praatplaat genoeg. Je krijgt een eerste indruk van de beleving: wat ervaart je cliënt? Wat denkt hij? Kan hij hier iets over verwoorden?
Je merkt of je goed zit qua begrip, taal en voorbeelden. Zo niet, ontdek dan ook de andere doelgroep: MVB, LVB of Jeugd. Mogelijk sluit dit beter aan bij jouw cliënt/leerling.
Geef grip
Neem je cliënt/leerling in alle stappen mee. Je geeft je cliënt grip op het eigen leren door meerdere thema’s te doen. Want er zit verband tussen de thema’s en er worden stappen herhaald. Zet je meer materialen in, dan geef je meer ervaringen mee. Je gaat dingen ‘doen’, ipv alleen praten. Ervaringsgericht leren werkt het beste. Dat geldt ook voor het maken van een reisdagboek/map. Je cliënt kan er grip door ervaren.
Geef ook grip aan jezelf. Dit doe je door je ervaringen op te schrijven (je reisverslag). Sta stil en reflecteer op wat je ziet en merkt. Zo krijg je grip op ‘welke groei het beste past bij jouw cliënt’.
De 4 tijds stappen
Hoe wordt het eigen? Je kunt iemand met VB coachen bij het eigen maken. Dit doe je met herhalen, vertalen en oefenen:
Herhalen is: je doet het opnieuw. Letterlijk hetzelfde (MVB) of juist net even anders (LVB).
Vertalen is: je helpt verbanden te leggen (‘kijk, zie je.. wat nu gebeurt is hetzelfde als..)
Oefenen helpt het (uit jezelf) toe te passen.
Weerbaar worden is een proces. De een doet er 3 maanden over. Voor de ander is het een proces van jaren. Eigen maken gebeurt in 4 tijdsstappen.
Stap 1: Ik herken de situatie
Stap 2: Ik begrijp de situatie
Stap 3: Ik kom op voor mezelf
Stap 4: Ik kan tegen een stootje, ik kan het leven aan