Weet wat zoenen, knuffelen en seks met de ander is
Weet hoe seks veilig kan en past dit toe
Kan omgaan met wensen en grenzen van zichzelf en de ander
Waar werk je aan?
De nadruk in dit thema ligt op kennis (psycho-educatie). Je onderzoekt wat iemand weet en begrijpt. Je werkt aan kennis over seksuele gezondheid en een positief zelfbeeld. Je verkent de eigen wensen en bespreekt hoe seks prettig en fijn kan. Je geeft seksuele voorlichting, zodat de cliënt alles over voorbehoedmiddelen weet, en hoe ze te gebruiken. Ook stel je de norm: het moet én prettig voor jezelf én prettig voor de ander zijn. Je legt uit wat consent betekend in de praktijk.
De eerste stap is lichaamsbewustzijn. Je lijf en jezelf positief beleven helpt je te genieten van seksualiteit en maakt weerbaar. De basis hiervoor wordt gelegd in Blok 1, Mijn lichaam en Blok 2, Aanraken
Let op: Het kan zijn dat de cliënt vertelt over eerdere ervaringen die niet prettig zijn geweest. Volg dan het protocol van de organisatie
Hoe bouw je het op? en crossovers
De opbouw van het materiaal is chronologisch: je werkt van stap 1 naar 2, 3, enzovoort. Begin bij het werkblad. Hierin wordt verwezen naar andere werkvormen die je kunt gebruiken (praatplaat, spel, enz.). Mensen met een verstandelijke beperking laten je duidelijk merken of je aansluit op hun interesse, taal en niveau. Wat al bekend is, behandel je kort of sla je over. Vraag altijd aan de cliënt: Wat vind je hiervan? voordat je iets overslaat.
In de werkbladen kom je cross-overs tegen. Een cross-over is een verwijzing naar materiaal uit eerdere thema’s die je kan inzetten. Bijvoorbeeld: voor herhaling of verdieping.
Hoe past de cliënt het toe?
Rapporteer aan welk doel je gaat werken. Schrijf al je bevindingen op en evalueer. Stel bij als het ‘te snel, te moeilijk of te makkelijk’ is voor de cliënt. Zoek oefensituaties en herhaal. Bespreek wat de cliënt kan en aankan.