Herkent wat intimiteit en aanraken in een liefdesrelatie kan zijn
Ervaart en vertelt over het gevoel ‘houden van’
Kan wens en grens aangeven m.b.t. aanraken
Kan rekening houden met de ander
Kan omgaan met meningsverschil en ruzie
Durft te stoppen met de relatie
Waar werk je aan?
Je werkt aan inzicht in wat een liefdesrelatie is, en hoe ermee om te gaan. Het leren kennen van de eigen seksuele voorkeur hoort daarbij. Je werkt aan het besef van de eerste verliefdheid naar wat je kan doen om de relatie te verdiepen. Hoe leer je op elkaar te bouwen en te vertrouwen. Hoe deel je wat je minder leuk vindt in de relatie? Je werkt aan besef van aanraken en intimiteit: wat je eigen wensen zijn en hoe je die van de ander herkent. Je oefent met vaardigheden als: ruzie hanteren en rekening houden met elkaar. Beiden helpen de relatie goed te houden. Maar niet tegen elke prijs. Je werkt ook aan het besef dat niet elke relatie goed is, en helpt de stap te nemen tot beëindigen ervan.
De eerste stap is: De start ligt in het herkennen van verliefdheid, en besef van wat dit met je doet, in hoofd, lijf en gedrag.
Hoe bouw je het op? en crossovers
De opbouw van het materiaal is chronologisch: je werkt van stap 1 naar 2, 3, enzovoort. Begin bij het werkblad. Hierin wordt verwezen naar andere werkvormen die je kunt gebruiken (praatplaat, spel, enz.). Mensen met een verstandelijke beperking laten je duidelijk merken of je aansluit op hun interesse, taal en niveau. Wat al bekend is, behandel je kort of sla je over. Vraag altijd aan de cliënt: Wat vind je hiervan? voordat je iets overslaat.
In de werkbladen kom je cross-overs tegen. Een cross-over is een verwijzing naar materiaal uit eerdere thema’s die je kan inzetten. Bijvoorbeeld: voor herhaling of verdieping.
Hoe past de cliënt het toe?
Rapporteer aan welk doel je gaat werken. Schrijf al je bevindingen op en evalueer. Stel bij als het ‘te snel, te moeilijk of te makkelijk’ is voor de cliënt. Zoek oefensituaties en herhaal. Bespreek wat de cliënt kan en aankan.