Hoe werk je met Leerbaar en Weerbaar
Op reis
L&W is te vergelijken met een reis. Het kan een kort uitstapje zijn of je maakt met elkaar een langere reis. Elke reis is anders. Je gaat op samen op reis om te leren, nieuwe stappen te zetten en te groeien. Je bent samen op ontdekkingstocht. Je cliënt/leerling voorop en jij de reisbegeleider.
Je collega’s reizen mee. Een reis begint met voorbereiden. Snuffel daarom eerst door dit Blok en de materialen. Zo krijg je meer zicht op wat je kunt gaan doen.
Blok 1 (Ik) is de basis voor het opbouwen van zelfvertrouwen en initiatief. Basiskracht start bij het het herkennen van verschil tussen wat wel en niet prettig voelt. Je cliënt/leerling leert zichzelf beter kennen en trots te zijn op zichzelf. Het communiceren over lastige gevoelens wordt makkelijker. Het één kan niet zonder het ander.
Welk thema eerst?
Als je begint met L&W vorm je eerst een beeld. Alle opties liggen nog open. Welk thema pak je eerst, en met welk doel? Start met een verkennend gesprek. Het maakt dan niet zoveel uit met welk thema je dan begint.
Kies welke voorkeur je cliënt/leerling heeft, of maak samen de keuze. Bij dit gesprek heb je meestal alleen een praatplaat nodig. Je kan ook de set ’Handige startpraatplaten’ gebruiken. Klik hier om te bestellen. Soms doe je een spel bijvoorbeeld als je ontdekt dat je cliënt/leerling geen prater is.
In een verkennend gesprek krijg je een indruk van de beleving. Wat ervaart je cliënt/leerling? Ook merk je of je goed zit qua begrip, taal en sfeer. Zo niet, dan kun je switchen naar een andere doelgroep: MVB, LVB of Jeugd.
Met of zonder reisplan?
Wil je groei of ontwikkeling ondersteunen, dan heb je meer nodig. Je verdiept je dan verder in de doelen van je cliënt/leerling. Wat wil hij leren, en wat ondersteun je? Maak alvast een korte reis met “Mijn mening, daarna Privé en dan: Gevoelens.
Met deze 3 thema’s krijg je antwoord op de volgende vragen:
- Is je cliënt zich van prettig en niet prettig bewust?
- Kan hij daar al wel of nog niet iets in aangeven?
- Of zegt hij vaak ‘ja’ en bedoelt hij wat anders?
Al doende ontstaat zo een reisplan. Je ontdekt wat je cliënt/leerling nodig heeft in: het voelen, willen en kiezen. Deze reiservaring helpt je op weg en maakt je reisplan steeds concreter.
Welk doel is belangrijk?
De doelen van elk thema vind je bij de materialen. Maar welk doel past dan bij je cliënt/leerling? Hoe sluit je aan op zijn/haar ontwikkeling? Dit ontdek je door meer materialen uit een thema in te zetten. Bijvoorbeeld: een infoblad, film en praatplaat. Je hebt meestal meer dan één leergesprek nodig om een doel te kiezen. Je kan tijdens deze zoektocht ook handige thema kaartjes gebruiken, klik hier om te bestellen
Ontwikkeling
Groei maak je mogelijk door meerdere thema’s te doen (verdiepend leren). Alle thema’s hangen onderling samen en er zit herhaling in. Doe je meerdere activiteiten (infoblad, werkblad, spel, film en/of muziek), dan geef je je cliënt/leerling meer grip op het eigen leren. Je ondersteunt het bewustzijn en het begrip. Een valkuil is dat je te veel praat en te weinig laat ervaren. En dat je te snel wil.
Voor veel cliënten/leerlingen is het motiverend om een map te maken met alle werkbladen in informatie. Na elke activiteit voeg je een nieuw blad toe aan het ‘boek’. Zo krijg je ook een handig naslagwerk.
Tussenstopjes in je reis
Sta steeds even stil na elke activiteit. Stel vragen aan jezelf: wat zie ik, wat merk ik? En wat zegt dit? Je leert je cliënt/leerling anders kennen. Wat voelt, ziet, begrijpt hij, en wat past hij zelfstandig toe?
Plan evaluaties in de agenda, bijvoorbeeld na 6 of 8 activiteiten. Vraag ook aan je collega’s wat zij zien; samen zie je meer. Zo ontdek je ook of de sfeer in de locatie aandacht behoeft, en of jullie manier van begeleiden het groeien in de weg staat.
Reisverslag
Maak je team reisgenoot: beschrijf je bevindingen. Dit wordt je reisverslag. Evalueren is dan een stuk makkelijker. Je ziet precies wat je gedaan hebt, en wat wel en niet werkte. Je ontdekt wat je moet bijstellen en herhalen. En wat voor je cliënt goede situaties zijn om te oefenen. Deel je ervaring ook met je team. Samen ontdek je wat je cliënt kan en aankan.
Hoe wordt het ‘eigen?’
Eigen maken is het ‘kunnen toepassen van wat je leert’. Dit heet ook wel: generalisatie.
Alle mensen hebben daar minimaal 3 maanden voor nodig. Herhalen helpt je het ‘geleerde vast te houden’. Oefenen helpt het (uit jezelf) toe te passen. Pas dan kan iemand er zelf echt iets mee. Mensen met VB hebben meer herhaling en ‘vertaling’ nodig. Zo ziet je cliënt makkelijker het verband tussen de ene en de andere situatie. Het geeft meer grip op het eigen leren. En dat is goed voor het zelfvertrouwen.