Hoe werk je met Leerbaar en Weerbaar
Vervolg je reis
De reis gaat verder. Ook deze keer begin je met voorbereiden. Geef jezelf ontdektijd. Start met snuffelen door dit blok en de materialen.
Blok 3 gaat over: relatievorming, intimiteit en seksualiteit. Een liefdesrelatie heeft vele facetten: eigenwaarde, relatievorming, intimiteit en seksualiteit. Intimiteit gaat over afstand en nabijheid, en ook: over prettig aanraken. Seksualiteit gaat over lichaamsbesef, zintuigen en seksuele gevoelens. Ieder mens heeft zijn eigen voorkeur hierin.
Dit blok gaat een stap verder dan blok 1 en 2. Het vraagt meer van het omgaan met eigen gevoelens en rekening houden met de ander.
Kennis helpt
In blok 3 vind je veel ‘weetjes’. Zoals: over positieve seksualiteit, geslachtsgemeenschap en voorbehoedmiddelen. Je geeft informatie. Kennis maakt weerbaar. In geval je cliënt/leerling een kinderwens heeft, geef je specifieke kennis mee over zwangerschap en kinderen opvoeden.
In Blok 3 gaat het opnieuw over: herkennen ‘wat goed is voor jou, en voor de ander’. Alle vaardigheden van Blok 1 en 2 komen terug. Maar zijn weer een stapje lastiger in het ‘doen’
Het gaat om dit bewustzijn en initiatief:
Ik
- wat je prettig vindt
- wat bij jou past
- jezelf waarderen
- dat je opkomt jezelf
Samen
- dat je luistert naar elkaar wens
- reageert op elkaars grens
- dat je praat, ipv niets zegt of boos wordt
Ontdek wat je cliënt zoekt
Ga samen op zoek naar de ondersteuningsvraag. Welke seksuele behoefte en vraag zie je? Voor deze vraag heb je ook een beeld nodig het begrip: cognitief, emotioneel en sociaal. En van de lichamelijke beperkingen.
Neem ruim de tijd om uit te zoeken ‘wat hij/zij zoekt’. Bijvoorbeeld: vriendschap of een liefdesrelatie, echt een kind willen of zo willen zijn als je broer of zus, en zo meer. Vertel bijv. wat fijne seks kan zijn, en hoe het veilig kan. Help herkennen, coach zo vaak als nodig is.
Bij het thema Seksualiteit stel je soms ook normen en grenzen. Zeker voor iemand met MVB spreek je dan af ‘wat kan je wel en niet doen’, en ‘waar’. Of wat fijn is voor de ander. Overigens is dit ook wel eens nodig bij iemand met LVB.
Reis begeleiden
Hoe coach je de reis? Volgen, daar gaat het vooral om. Je volgt je cliënt/leerling, jezelf en af en toe stuur je.
Volg je cliënt
- Laat je verrassen
- Niets moet
- Stel vragen, vraag door
Stuur soms
- Wissel serieus af met speels en humor
- Kom actief met situaties
- Stel een norm of grens
Volg jezelf
- Kan je er met je aandacht bij zijn?
- Wat heb je nodig?
- Hoe kan je onderzoeker, ontdekker en coach zijn?
Er zijn vele manieren om je hoofd leeg te maken. Mindfulness, theezetten, even wandelen of tegen je collega aanpraten. Alles is goed, als het voor jou werkt.
Cross-overs in je reisplan
Je reisplan is waarschijnlijk al helemaal duidelijk. Heb je nog geen idee, dan kun je ook in Blok 3 starten met eerst 1 of 2 thema’s kort verkennen. Heeft je cliënt/leerling een voorkeur, start dan daarmee.
In dit gesprek krijg je een indruk van de beleving en de vragen van je cliënt/leerling. En een indruk van het begrip en denken. Je kunt hier al switchen naar een andere doelgroep (MVB, LVB, Jeugd).
Met Blok 1 kun je je cliënt/leerling laten ervaren dat het echt om hem gaat.
Met Blok 2 ervaart hij ‘wat er gebeurt tussen jou en de ander’.
Met Blok 2 met 3 herkent je cliënt/leerling vertrouwen en veiligheid steeds beter.
Met het oog op groei
Alle doelen vind je bij de materialen. In een paar leergesprekken ontdek je welk doel past. Je zet dan meer materialen in (startplaat, infoblad, film e.d.). Wil je met groei aan de slag, richt je dan op het bewustzijn en het begrip van je cliënt. Je helpt dit te vergroten als je:
- Meer materialen inzet
- Meerdere thema’s doet
Zo geef je je cliënt grip op het ontdekken. Zo wordt het ook makkelijker éigen’.
De valkuil is:
- Je laat je cliënt/leerling te weinig ervaren (nadruk op praten)
- Je wilt te snel resultaat (te doelgericht)
- Je taal te abstract of te simpel
- Je trekt te snel conclusies, bijv. MVB te kinderachtig, LVB te moeilijk.
Onderzoek en ervaar het, en beslis dan.
Niet alles kan
Veel mensen met VB dromen over een leven zoals de mensen om hen heen hebben. De realiteit laat zien dat een vaste liefdesrelatie niet voor ieder te vinden is of weggelegd. Er kunnen gevoelens van rouw zijn. Maak een doel van: erkenning van de droom, met acceptatie van zichzelf, de situatie en genieten van wat er mogelijk is. Soloseks kan een goed alternatief zijn
Eigen maken
Sta steeds even stil. Bij je cliënt (‘Wat werkt, wat niet? Wat is al eigen?’), bij jezelf en de sfeer in de locatie. Misschien ben je (samen) te beschermend, of laat je je cliënt te veel alleen oplossen. Is de sfeer ontspannen, en bied je genoeg uitdaging? Zo ontdek je waarom iets eigen is, of nog niet. En wat je kunt coachen.
Eigen maken vraagt bij ieder mens om ‘actief ermee bezig te zijn’ (min.3 maanden). Mensen met VB vragen meer herhaling, ‘vertaling’ en oefening. Herhaling: helpt je het ‘geleerde ‘vast te houden’(geheugen). Vertaling: helpt je het te herkennen (‘kijk, dit lijkt op…’) Oefenen: helpt het (uit jezelf) toe te passen. Elke cliënt groeit op zijn eigen manier. En in zijn eigen tempo.