De volgende stappen helpen je om te beslissen welke thema’s passen bij de hulpvraag, de leermogelijkheden van de cliënt en of een kort of lang traject nodig is.
Stap 1 - Wat is de hulpvraag?
Begin altijd met de vraag: Wat ervaart de cliënt, wat wil deze cliënt leren, begrijpen of anders gaan doen?
Voorbeelden:
- Ik vind het moeilijk om nee te zeggen
- Ik wil vrienden maken
- Ik krijg vaak ruzie
- Ik wil graag een relatie
- Ik vertrouw mensen te snel
- Ik wil leren omgaan met groepsdruk
De hulpvraag is het vertrekpunt voor de keuze of het gaat om een korter of langer traject.
Met Leerbaar & Weerbaar sluit je zoveel mogelijk aan bij de vraag en de leermogelijkheden van de cliënt. Dat betekent dat een traject voor iedere cliënt anders is. Een mens bouwt niet van de ene dag op de andere eigenwaarde of zelfvertrouwen op. Ook het omgaan met emoties, weerbaar gedrag tonen of betere relaties met anderen hebben vragen om een langer durend traject. Je kunt L&W dan ook op verschillende manieren inzetten:
- Verkennend gesprek
Een verkennend gesprek bied je spontaan of tijdens begeleidingsgesprekken aan. Dit doe je met of zonder visuele middelen van L&W. Een verkennend gesprek is altijd een goede start van een traject. Het kan handig zijn om een startpraatplaat te gebruiken of een spel te doen. Zo krijg je een indruk van de beleving van een cliënt. Wat ervaart de cliënt? Ook merk of je goed zit wat betreft begrip, taal en sfeer. - Een kort traject: eén thema
Wanneer de cliënt een hulpvraag heeft op één thema, hebbeen jullie meerdere gesprekken. Je wisselt praten en ervaren door de verschillende werkvormen te gebruiken. De opbouw van het materiaal is chronologisch, je volgt het materiaal door van 1, naar 2 etc. te gaan. - Verdiepend leren
Het gaat hier om een ontwikkeltraject over langere tijd. Het ontwikkelen van eigenwaarde, zelfvertrouwen en weerbaarheid kost tijd. Het is een traject van bewustwording, kennis opdoen, nieuw gedrag aanleren en dit toepassen in het dagelijks leven. Je behandelt meerdere subthema’s uit de vier blokken.
Verdiepend leren start altijd met een multidisciplinair overleg om duidelijk vast te stellen wat de hulpvraag is en wie deze vraag het beste kan beantwoorden. Er is tijd nodig en een omgeving die de cliënt de kans en ruimte geeft om te groeien, ontdekken, fouten te maken en ervan te leren.
Dit overleg vindt plaats met één of meerdere begeleiders, de gedragsdeskundige en een specialist op het gebied van weerbaarheid, relaties, intimiteit en seksualiteit.
Stap 2 - Vorm een beeld van de cliënt
Bij de start stel je jezelf of elkaar vragen over het beeld van iemand. Je stelt vragen als: Wie is deze persoon? Wat is zijn niveau? Staat hij open voor het leren van nieuwe dingen? Hoe kan ik hem motiveren? Waar moet ik rekening mee houden bij het leren? Je kunt de leerwensen van de cliënt onderzoeken in een paar startgesprekken aan de hand van praatplaten of een spelvorm. Zo kan hij zijn interesse en voorkeur aangeven voor bepaalde thema’s en doelen.
We maken onderscheid tussen het einddoel van het traject en de doelen per thema. Het einddoel bereik je door samen met de cliënt de thema’s te behandelen die jij in stap 3 hebt bepaald. De doelen van het thema geven aan wat je binnen een thema met een cliënt kunt bereiken. De doelen van elk thema vind je rechts op de pagina bij ‘Werkwijze’.
Stap 3 - Bepaal het doel
Een traject kan niet zonder doelen. Met doelen weet je waar je naartoe werkt. Je kunt de voortgang beter volgen en evalueren. Om een doel concreet te formuleren vraag je jezelf af, samen met de cliënt en je team:
- Wat zou de cliënt graag willen kunnen?
- Wat zou hij anders of meer willen doen?
- Wat helpt de cliënt om zichzelf en de situatie beter te begrijpen?
- Past daar een verandering in gedrag of handelen bij?
Voorbeeld
Hulpvraag: "Ik wil vrienden maken."
Doel:
- Ik benoem wat vriendschap is voor mij
- Ik weet waar ik nieuwe vrienden kan ontmoeten
- Ik weet wat ik prettig vind en wat niet
- Ik weet hoe ik een praatje maa
Stap 4 - Welk blok of thema past bij de hulpvraag?
Kies met welk van de gekozen thema’s jij en de cliënt willen beginnen. Je kunt dit ook samen met de cliënt doen. Klik hier om themakaartjes te bestellen in de webwinkel

Je rondt steeds één thema af, voor je met de volgende begint. De doelen van een thema vind je rechts op de pagina onder werkwijze

Als de hulpvraag past bij de blokken IK en de ander, IK lief en leven of Baas over mij, kijk dan of het ook nodig is om één of meerdere thema’s uit blok IK te behandelen.
De thema’s uit blok IK vormen namelijk de basis voor het versterken van het zelfbeeld en de weerbaarheid. De thema’s uit de andere drie blokken hebben dit als basis nodig.
Stap 5 - Kies welke doelgroep passend is voor jouw client.
Soms sluit het materiaal uit een andere doelgroep beter aan. Je kunt switchen tussen de verschillende doelgroepen.

Stap 6 - Kies welke materialen van het thema jij gaat gebruiken
Je kunt ervoor kiezen om het thema in zijn geheel te behandelen. Je kunt ook een selectie maken. De opbouw van het materiaal is altijd chronologisch: je werkt van 1 naar 2, 3, enzovoort.
Mensen met een verstandelijke beperking laten je duidelijk merken of je aansluit op hun interesse, taal en niveau. Wat al bekend is, behandel je kort of sla je over.
Vraag altijd aan de cliënt: Wat vind je hiervan? voordat je iets overslaat.
‘Kijk ook op deze pagina’
Hier wordt verwezen naar materialen vanuit een ander thema. Deze kun je er ook bij gebruiken. Bijvoorbeeld: voor herhaling, aanvulling of verdieping.
Stap 7 - Maak een map met materialen
Voor veel cliënten is het motiverend om een map te maken, van alle werkbladen en informatie. Je kunt alle materialen downloaden en verzamelen. Doe dit enkelzijdig en in kleur. Na elke activiteit voeg je een nieuw blad toe aan de map. Zo krijg je ook een handig naslagwerk.
Maak ook een map voor jezelf waarin je de instructies bij de werkbladen in bewaart. Zo weet je hoe je de thema's bespreekbaar kunt maken en wat je met de werkvorm kunt doen. Houd hierin ook je aantekeningen bij. Sta steeds even stil na elke activiteit. Stel vragen aan jezelf: wat zie ik, wat merk ik? En wat zegt dit? Je leert de cliënt anders kennen. Wat voelt, ziet, begrijpt de cliënt en wat kan hij zelfstandig toepassen? Betekent dit nog iets voor de materialen die ik gebruik?
Stap 8 - Rapporteer en evalueer
Maak een verslag van je bevindingen op het doel waar je aan werkt. Evalueren is dan een stuk makkelijker. Je ziet precies wat je gedaan hebt en wat wel en niet werkte. Je ontdekt wat je moet bijstellen en herhalen. En wat voor de cliënt goede situaties zijn om te oefenen.
Deel je ervaring ook in het teamoverleg. Plan evaluaties, bijvoorbeeld na zes of acht activiteiten. Bespreek met je collega’s wat zij zien, want samen zie je meer. Zo ontdek je ook of de sfeer in de locatie aandacht behoeft en of jullie manier van begeleiden de groei van de cliënt stimuleert.
Samen ontdek je wat de cliënt kan en aankan. Stel vragen als:
- Welke stap in een thema gaat makkelijk? Welke moeilijker?
- Welke stap kun je kleiner maken?
- Wat vraagt meer uitdaging, of juist minder?
- Hoe zorgen we voor voldoende leerervaringen.
- Welke oefensituaties werken, wat vraagt herhaling?
Tips:
- Maak afspraken met de cliënt hoe vaak en met wie hij aan de slag gaat. Om de 14 dagen werkt soms beter dan wekelijks, omdat de cliënt vaak nog een opdracht moet maken. En het geeft tijd om de informatie te verwerken. Het is wel belangrijk dat er regelmaat in een traject zit.
- Doe het traject altijd minimaal met twee personen. Bij ziekte of langdurige afwezigheid, kan het traject door blijven gaan.
- Blijf steeds kijken of het nog aansluit waar jullie mee bezig zijn. Soms is het nodig om toch een ander thema te kiezen. Hoe coach je de reis? Volgen, daar gaat het vooral om.
- Blijf kritisch op je eigen houding. Je volgt de cliënt en jezelf en af en toe stuur je.
Volg de cliënt
Laat je verrassen
Niets moet
Stel vragen, vraag door
Stuur soms
Wissel serieus af met speels en humor
Kom actief met situaties
Stel een norm of grens
Volg jezelf
Kan je er met je aandacht bij zijn?
Wat heb je nodig? Er zijn veel manieren om je hoofd leeg te maken. Mindfulness, theezetten, even wandelen of tegen je collega aanpraten. Alles is goed, als het voor jou werkt. - Kijk ook eens of je de volgende valkuilen herkent:
Je laat de cliënt te weinig ervaren (nadruk op praten)
Je wilt te snel resultaat (te doelgericht)
Je taal is te abstract of te simpel
Je trekt te snel conclusies, bijv. MVB te kinderachtig, LVB te moeilijk.
Onderzoek en ervaar het, en beslis dan.
Tips bij Blok Baas over mij
Bij Dwang en Misbruik kan ‘volgen’ lastiger zijn. Vanuit je eigen emoties interpreteer je snel, en leg je soms (onbedoeld) gevoelens in de mond. Probeer:
- Jezelf leeg te maken voordat je het gesprek start
- Onbevangen te blijven
- Vragen te stellen, samen te vatten en door te vragen
- Vul geen gevoelens in zoals: schrik, afgrijzen, angst
- Accepteer wat komt, en wat niet. Alles mag er zijn.
Dit blok vraagt om meer reflectie. Sta stil bij jezelf. Wat roept het verhaal van de cliënt in je op? Bijvoorbeeld: je voelt je boos, je ergert je, enz. Kijk ook naar je eigen ervaringen. Voel je je wel eens klein gemaakt? Wat je zelf ervaarde hoeft niet zo te zijn voor de cliënt. Als je met de cliënt aan het werk gaat met de thema’s uit dit blok, zijn de gedragsdeskundige en eventueel ook de specialist op het gebied van weerbaarheid, relaties, intimiteit en seksualiteit betrokken.
Bedenk:
Signaleer je seksueel misbruik of mishandeling, huiselijk geweld? Gebruik de daarvoor bedoelde protocollen en meldcodes.
Zorg voor een open en veilige sfeer in de locatie, waarin ieder vrijuit durft te spreken. Ook een niet-pluisgevoel of twijfel kan een belangrijk signaal zijn.