Zo geeft Philadelphia invulling aan het Convenant Medisch Generalistische Zorg
‘Doordat we de medisch generalistische zorg binnen de organisatie goed regelen, kunnen we goed samenwerken met andere organisaties’, vertelt ontwikkel- en implementatiemanager Cor Lievaart. Philadelphia werkt sinds een jaar met een zogenoemde verpleegkundige functiestraat. We organiseren de verpleegkundige zorg zo dicht mogelijk bij de cliënt. Daardoor neemt de druk op (externe) huisartsen en artsen verstandelijk gehandicapten (VG) af.
‘Medisch generalistische zorg is alle zorg buiten het ziekenhuis’, legt Cor uit. ‘Eerder schakelden locaties bij een medische vraag snel met een huisarts of arts VG, waardoor die eigenlijk de triage moest doen. In onze nieuwe werkwijze regelen we dat anders. Namelijk door de verpleegkundigen in de organisatie goed te positioneren.’
Verpleegkundigen zijn niet langer begeleiders met een extra taak. De verpleegkundige werkzaamheden zijn verdeeld over vier verpleegkundige functies. Zo hebben al onze intensieve zorglocaties minimaal één locatieverpleegkundige. Gebiedsverpleegkundigen houden het overzicht over de verpleegkundige zorg die ingezet wordt in hun gebied. Zij trainen en toetsen teams op verpleegtechnisch handelen, adviseren teams en managers over lokaal beleid en spelen een rol in de directe zorg als die anders niet te organiseren is. Kwaliteitsverpleegkundigen ondersteunen bij het maken en implementeren van verpleegkundig beleid, processen en interventies. De verpleegkundigen van DigiContact zijn 24/7 bereikbaar voor overleg en bij acute medische vragen.
Vroegtijdig afwijkingen ontdekken
‘Coördinerend begeleiders en locatieverpleegkundigen nemen het Proactief Gezondheidsonderzoek (PGO) af en leveren preventieve zorg’, vertelt Cor. ‘Gebiedsverpleegkundigen checken of alle informatie goed in het PGO staat en maken samen met een gedragsdeskundige de vraag helder.’
Het PGO is een vragenlijst waarmee je een compleet beeld krijgt van de gezondheid van een cliënt. Cor: ‘Door het PGO af te nemen en dat wat hieruit komt goed op te volgen ontdekken we kleine gezondheidsproblemen als schimmelnagels, maar ook kanker in een vroeg stadium.’
Als je de gezondheid van een cliënt goed in kaart hebt, zijn klachten vaak beter te plaatsen. Cor: ‘Neem een cliënt met het syndroom van Down. Net als artsen, weten ook verpleegkundigen dat mensen met dit syndroom een verhoogde kans hebben op proppen in hun oren vanwege de anatomie van hun mondholte. Als je ervoor zorgt dat dit twee keer per jaar wordt gecontroleerd bij de praktijkondersteuner van de huisarts, voorkom je dat begeleiders aan de bel trekken vanwege ‘gedragsproblemen’ terwijl eigenlijk blijkt dat de cliënt niet goed hoort.’
Verpleegkundige triage kan 85% van de vragen opvangen
Bij acute medische vragen schakelen begeleiders, locatie- of gebiedsverpleegkundigen volgens de werkwijze met de verpleegkundige triage van DigiContact. ‘Zij zijn er expliciet voor acute zorgvragen, niet voor preventieve zorg’, vertelt Cor. ‘Bijvoorbeeld als een cliënt met diabetes ontregeld is. Maar als uit de data blijkt dat dit tien keer in een korte tijd gebeurt, dan kan dit wel leiden tot preventieve maatregelen.’
Op locaties waar ze al op deze manier werken blijkt dat de verpleegkundigen van DigiContact 85% van de medische vragen oplossen of voorbereiden voor de huisarts. Cor: ‘Voordat een vraag bij een arts VG komt is deze al besproken met een verpleegkundige, gedragsdeskundige, huisarts en zo nodig met paramedici als een fysiotherapeut, ergotherapeut of logopedist. Er komen dus nauwelijks meer oneigenlijke vragen bij de arts VG. Hierdoor is de zorg doelmatiger én vergroot je ieders werkplezier.’
Kwaliteit van zorg
Als iedereen zijn rol pakt, kunnen huisartsen en artsen VG ervan op aan dat hun adviezen goed worden opgevolgd. Daardoor kun je de zorg weer snel afschalen. Ook voor cliënten is deze werkwijze fijn. Cor: ‘Zij krijgen zoveel zorg als moet, maar zo weinig als nodig. Als zij niet naar een huisarts of arts VG hoeven omdat de verpleegkundige op locatie het probleem kan oplossen, voelt dat voor veel mensen vertrouwder. Ook is het organisatorisch gezien minder gedoe: je hoeft geen vervoer en begeleiding te regelen.’
Deze manier van werken vraagt wel om gedragsverandering. ‘Je moet het PGO goed invullen en bijhouden, dat kost moeite aan de voordeur. We merken wel dat als collega’s hiermee aan de slag gaan, ze het prettig vinden. We horen begeleiders zeggen: “Dit wist ik niet over deze cliënt.” En als je iets niet weet, kun je er ook niet op acteren.’
In ontwikkeling
Bij Philadelphia is nu voor 40% van de cliënten een PGO ingevuld. Het plan is om dit de komende tijd verder uit te breiden. Daarna moet het PGO ieder jaar worden herzien.
Ook cliënten die niet bij Philadelphia wonen, maar wel werken, dagbesteding volgen of ambulante ondersteuning krijgen, komen in aanmerking voor een PGO. ‘Dit gebeurt nu alleen op indicatie’, vertelt Cor. ‘Maar we zijn ermee bezig om het ook bij deze doelgroepen meer in te zetten. Juist deze mensen staan vaak lang op een wachtlijst voor een arts VG. Als uit een PGO komt dat er waarschijnlijk in de toekomst medisch generalistische zorg nodig is, kun je iemand eerder aanmelden voor zo’n wachtlijst.’
Cor is ervan overtuigd dat deze werkwijze bijdraagt aan het oplossen van het tekort aan artsen VG terwijl de kwaliteit van zorg verbetert. ‘Zo hebben we nu 86 locaties die samen uit kunnen met 1 fte arts VG’, vertelt hij. Daarom gaan we bij Philadelphia deze manier van werken verder invoeren op al onze 690 locaties. Hierin werken we samen met andere organisaties en poliklinieken die artsen VG leveren. Daarnaast wordt de verpleegkundige functiestraat binnenkort verder uitgebreid met verzorgenden IG. En gaan we zorgpersoneel op niveau 2 opleiden voor een aantal verpleegtechnische handelingen.