Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Methodiekkoffer

Hoe werk je met Leerbaar en Weerbaar?

Op reis 

L&W is te vergelijken met een reis. Het kan een kort uitstapje zijn of je maakt met elkaar een langere reis. Elke reis is anders. Je gaat op reis met ‘voelen, willen, denken, kiezen, durven en doen’. Je bent samen op ontdekkingstocht. Je cliënt voorop en jij de reisbegeleider.  

Je collega’s reizen mee.  


Een reis begint met voorbereiden. Snuffel daarom eerst eens rustig door de materialen. 
Zo krijg je meer zicht op wat je kunt gaan doen. 

Hieronder vind je de uitleg van de verschillende blokken en daaronder de stappen die je neemt voor jouw ontdekkingstocht.

De blokken


Blok 1: is de basis voor het opbouwen van zelfvertrouwen en initiatief.

Je cliënt leert zichzelf beter kennen en trots te zijn op zichzelf. Het communiceren over lastige gevoelens wordt makkelijker. Het één kan niet zonder het ander.   


Blok 2: gaat het om ‘Ik en de ander’. Je gaat aan de slag met ‘sociale weerbaarheid ‘.  

Dit is: in je kracht blijven, terwijl je met anderen bent. In contact met de ander staat het bewustzijn van jezelf meer onder druk. Bijvoorbeeld: de ander kan slimmer, sneller, dominanter zijn. Of de situatie is nieuw, en je wilt vrienden maken. Het kan ook zijn dat er sprake is van groepsdruk, zoals bij pesten. Het zelfvertrouwen komt meer onder druk te staan, of je vergeet wat je belangrijk vindt. 


Blok 3: gaat over: relatievorming, intimiteit en seksualiteit.  

Een liefdesrelatie heeft vele facetten: eigenwaarde, relatievorming, intimiteit en seksualiteit.  

Intimiteit gaat over afstand en nabijheid, en ook: over prettig aanraken. Seksualiteit gaat over lichaamsbesef, zintuigen en seksuele gevoelens. Ieder mens heeft zijn eigen voorkeur hierin.  

Dit blok gaat een stap verder dan blok 1 en 2. Het vraagt meer van het omgaan met eigen gevoelens en rekening houden met de ander. 


Blok 4: helpt bij bewust worden wanneer ‘iets of iemand de baas is over je’ verlies je ook je autonomie. Het is sterker dan jij. 

Als je met Dwang en Misbruik aan de slag wilt vind je hier meer informatie. 

Het doel is dat je cliënt ernstig grensoverschrijdend gedrag herkent, en de moed heeft het te vertellen. Je eigen emoties en die van de omgeving kunnen sterk naar voren komen.  

De kunst is en volgen en neutraal reageren.  Bij Verslaving werk je ‘meer sturend’.

De stappen die je neemt


Waar start ik? 

Als je begint met L&W liggen alle opties open. Welk thema pak je eerst, en met welk doel? 

Start met een verkennend gesprek. Het maakt niet zoveel uit met welk thema je dan begint. Kies welke voorkeur je cliënt heeft, of maak samen de keuze. Bij dit gesprek heb je meestal alleen een startplaat nodig en soms doe je een spel. Bijvoorbeeld als je ontdekt dat je cliënt geen prater is. In een verkennend gesprek krijg je een indruk van de beleving. Wat ervaart je cliënt?   Ook merk je of je goed zit qua begrip, taal en sfeer. Zo niet, dan kun je switchen naar een andere doelgroep: MVB, LVB of Jeugd.  


Met of zonder plan? 

Wil je groei of ontwikkeling ondersteunen, dan heb je meer nodig. Je verdiept je dan verder in de doelen van je cliënt. Wat wil die leren, en wat ondersteun je? 

Maak alvast een korte reis met Mijn mening, daarna Privé en dan: Gevoelens.  

Met deze 3 thema’s krijg je antwoord op de volgende vragen: 

  • Is je cliënt zich van prettig en niet prettig bewust? 
  • Kan die daar al wel of nog niet iets in aangeven? 
  • Of zegt die vaak ‘ja’ en bedoelt die wat anders? 

Al doende ontstaat zo een reisplan. Je ontdekt wat je cliënt nodig heeft in: het voelen, willen en kiezen. Deze ervaring helpt je op weg en maakt je plan steeds concreter.  


Welk doel is belangrijk?   

De doelen van elk thema vind je rechts op de pagina in het paars. Maar welk doel past bij je cliënt? Hoe sluit je aan op diens ontwikkeling? Dit ontdek je in een leergesprek. Je bespreekt dan het thema uitgebreider, en je zet meer materialen in. Bijvoorbeeld: een infoblad, film en praatplaat. Je hebt meestal meer dan één leergesprek nodig om een doel te kiezen. 


Ontwikkeling 

Groei maak je mogelijk door meerdere thema’s te doen (verdiepend leren).  Alle thema’s hangen onderling samen en er zit herhaling in. Doe je meerdere activiteiten, dus en-en (infoblad, werkblad, spel, film en/of muziek), dan geef je je cliënt meer grip op het eigen leren. Je ondersteunt het bewustzijn en het begrip. De valkuil is dat je te veel praat en je cliënt te weinig laat ervaren.  En dat je te snel wil.  

Voor veel cliënten is het motiverend om een map te maken, van alle werkbladen en informatie. Je kunt alle materialen downloaden en verzamelen.  Na elke activiteit voeg je een nieuw blad toe aan de map.  Zo krijg je ook een handig naslagwerk. 


Tussenstopjes

Sta steeds even stil na elke activiteit. Stel vragen aan jezelf: wat zie ik, wat merk ik? En wat zegt dit? Je leert je cliënt anders kennen. Wat voelt, ziet, begrijpt die, en wat past die zelfstandig toe? 

Plan evaluaties in de agenda, bijvoorbeeld na 6 of 8 activiteiten. Vraag ook aan je collega’s wat zij zien; samen zie je meer. Zo ontdek je ook of de sfeer in de locatie aandacht behoeft, en of jullie manier van begeleiden het groeien in de weg staat.  


Verslag 

Maak je team reisgenoot, maak een verslag van je bevindingen. Evalueren is dan een stuk makkelijker. Je ziet precies wat je gedaan hebt, en wat wel en niet werkte. Je ontdekt wat je moet bijstellen en herhalen. En wat voor je cliënt goede situaties zijn om te oefenen. Deel je ervaring ook in het teamoverleg.  Samen ontdek je wat je cliënt kan en aankan.  


Hoe ga je verder?  

Werk stap voor stap verder. Meestal van ‘Blok Ik’ naar Blok ‘Ik en de Ander’, en door. En anders: vanuit Blok ‘Ik Lief en Leven’ of ‘Baas over mij’ terug waar nodig. Je merkt vanzelf wat je kan overslaan. Zo wordt L&W een mooie reis en bereik je de doelen met je cliënt. En loopt de reis stroef, of twijfel je over het reisdoel, je kunt advies vragen aan een consulent relationele en seksuele vorming of gedragsdeskundige. 


Hoe wordt het ‘eigen?’  

Eigen maken is het ‘kunnen toepassen van wat je leert’.  Dit heet ook wel: generalisatie. Alle mensen hebben daar minimaal 3 maanden voor nodig. Herhalen helpt je het ‘geleerde vast te houden’. Oefenen helpt het (uit jezelf) toe te passen. Pas dan kan iemand er zelf echt iets mee.  Mensen met VB hebben meer herhaling en ‘vertaling’ nodig. Zo ziet je cliënt makkelijker het verband tussen de ene en de andere situatie. Het geeft meer grip op het eigen leren. En dat is goed voor het zelfvertrouwen.