Interview Irene Elzenga

Locatiemanager bij de Es

Vacatures bij Philadelphia

Irene Elzenga (61), manager crisis, manager Team Complexe Casuïstiek en locatiemanager bij locatie De Es in Vierhouten.

‘Ik geloof in zelforganisatie en wil niet van bovenaf beslissen’

‘Als kind was ik al bezig met verbanden aanleggen. Ik wilde altijd mensen verzorgen, daarom koos ik voor de opleiding A-verpleegkunde en daarna specialiseerde ik mij in IC en anesthesie. Na mijn studie heb ik veertien jaar als verpleegkundige op verschillende afdelingen in het ziekenhuis gewerkt. Ik werkte onder andere in de operatiekamer. Als er iemand met verstandelijke beperking geopereerd moest worden, dan vroeg men altijd of ik wilde werken. Ik had daar een klik mee. Mensen met een verstandelijke beperking zijn puur natuur. Zij doen zich niet anders voor, bij hen zie je werkelijk wie ze zijn. Dat vind ik prachtig.’

 

Actie

‘In 1989 kreeg ik een ongeluk waardoor de motoriek van mijn hand niet meer goed is en ik het werk als verpleegkundige niet meer kan doen. Het contact met mensen daar ligt mijn hart, daarom solliciteerde ik bij Philadelphia. Ik begon als huishoudelijk medewerker, maar door mijn ervaring in de zorg werd ik al snel gevraagd om voor een begeleider in te vallen. Daarna groeide ik door tot coördinerend begeleider, teamcoördinator en locatiemanager. Als manager vind ik het fijn om chaos te ordenen. Ik houd van actie en vind het leuk om snel te schakelen. Dat sprak mij ook aan als verpleegkundige op de intensive care en in de operatiekamer.’

 

Doorgroeimogelijkheden

‘De zorg is fantastisch. Er zijn zoveel facetten: verzorgen, technisch, nadenken over beleid. Er zit altijd iets bij dat bij jou past en er zijn veel doorgroeimogelijkheden. Je hoeft niet per se naar boven door te groeien, dat kan ook in de breedte. Doordat je een extra opleiding volgt of met andere doelgroep gaat werken. Hierdoor komt er in je rugzak steeds meer kennis en ervaring.’

 

Zelforganisatie

‘De doelgroep bij onze locatie is mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag. Het gedrag van een cliënt dat niet te plaatsen is, vind ik interessant. Je bent mens en je mag er zijn zoals je bent. Zelfs al ga je door het lint, ik zorg voor jou. Op die manier wil ik er als locatiemanager ook zijn voor de medewerkers. Ik geloof in zelforganisatie en wil niet van bovenaf beslissen. Ik geef alleen de kaders aan, zij mogen hun werk zelf invullen. En kom je daar niet uit, dan ben ik er voor jou. Sommige teams kunnen heel goed zelf beslissen, anderen hebben daarbij meer hulp nodig. Als locatiemanager geef ik de ondersteuning die nodig is. Dat is net als bij cliënten. Sommigen hebben 80% begeleiding nodig en anderen 10% om hetzelfde te bereiken, maar ze krijgen allemaal ondersteuning. Niemand kan het alleen. Ik ook niet. We hebben elkaar nodig. Dat is mooi.’