Jaap Scholten is begeleider in de nachtzorg en weet als geen ander hoe lastig het is om alle diensten op het rooster gevuld te krijgen. Toen vanwege de coronamaatregelen er bovendien een extra ploeg bij moest komen, zag Jaap de bui al hangen. Zou het wel lukken? ‘Binnen de kortste keren was het hele rooster gevuld. Ik stond er echt van te kijken.’

Het woord zegt het eigenlijk al: als begeleider nachtzorg verzorg je cliënten in de nachtelijke uurtjes. Volgens Jaap Scholten moet je daar wel een beetje een nachtmens voor zijn. Niet verwonderlijk dus dat veel mensen liever geen nachtdiensten draaien. ‘Op onze locatie wonen 63 cliënten, verdeeld over negen groepen’, legt Jaap uit. ‘Ze hebben allemaal intensieve zorg nodig. De begeleiders overdag staan altijd op één vaste groep, maar in de nacht werk je op drie of vier groepen tegelijk.’ Omdat er in de nachtploeg echter niet genoeg mensen zijn om het rooster in een keer rond te krijgen, wordt het rooster ook altijd rondgemaild naar andere begeleiders, om zo de lege plekken op te vullen. ‘Maar dat is geen makkelijke opgave.’

Extra nachtploeg

En toen brak half maart het coronavirus uit. Eerst bleek één cliënt besmet, later kregen andere cliënten van diezelfde groep ook verschijnselen. De medewerkers op deze groep moesten volledig beschermd werken. Voor de nachtploeg betekende dit dat ze de beschermende kleding – een heel pak – diverse keren per nacht aan en uit moesten trekken. ‘Dus als ik in beschermende kleding bij iemand geweest was en ik moest daarna naar een andere groep, dan moest dat hele pak weer uit. Maar dat werkt natuurlijk niet. Ten eerste ben je niet snel genoeg bij een cliënt, maar er ontstaat bovendien het gevaar van kruisbesmetting. We hebben toen besloten om een extra nachtdienst in te zetten. Zo kon één nachtdienst zich volledig richten op de besmette groep en het pak de hele nacht aanhouden.’

Onverwachte hulp

Jaap was niet alleen om praktische redenen blij met de beslissing. ‘Ik merkte dat ik het emotioneel belastend vond en dat het mentaal doorwerkte. De hele tijd met zo’n mondkapje werken en dan ook nog dat pak aan- en uittrekken. Ik was constant in m’n hoofd bezig: ‘doe ik het goed’, ‘raak ik niet besmet’. Het kostte me extra energie.’

De beslissing voor een derde nachtploeg betekende natuurlijk wel dat er extra mensen nodig waren. ‘Ik twijfelde echt of we het rond zouden krijgen, dus eigenlijk is het heel bijzonder wat er gebeurde. Mijn collega die de roosters maakt, stuurt een appje de wereld in dat we een extra nachtdienst hadden en dat alle diensten openstonden. En geloof het of niet, maar binnen twee dagen zat het hele rooster vol!’

Intense weken

‘Het is mooi hoe iedereen de noodzaak van die derde nachtploeg inzag’, gaat Jaap verder. ‘Natuurlijk werken we goed samen, maar zeker in deze periode is er meer verbondenheid. Ook met de collega’s van overdag. Er zijn de afgelopen weken vier cliënten overleden – niet allemaal door corona – maar het hakt er wel in. Je praat met elkaar en je beseft dat je het samen moet oppakken.’

Er zijn voor de ander

Toch eindig het verhaal hier nog niet. ‘Onze locatie heeft een dagbestedingsruimte die leegstond. De afgelopen dagen is deze plek echter ingericht als noodopvang voor zieke cliënten van andere locaties. Hoewel er nu nog niemand is, hebben we wel een team samengesteld. En ook nu gebeurde precies hetzelfde: binnen no time meldden zich veel meer mensen dan we nodig hadden. Ik vroeg aan een collega waarom ze zich had aangemeld. ‘Omdat het werk gedaan moet worden en omdat we er willen zijn voor de ander’, antwoordde ze. Ik vind het geweldig dat we er allemaal zo instaan.’