Ze gaat op haar hurken bij Pieter zitten. Zwaait naar hem om contact te maken. Maakt oogcontact. Wijst naar hem. Maakt een gebaar dat op een fontein lijkt. Ze knikt vriendelijk vragend naar hem. Pieter kijkt haar aan en steekt zijn duim op. Kennelijk is er iets goed. Hij schuift zijn stoel naar achteren en staat op. Pieter kijkt de groep rond, maakt een zwaai beweging en draait zich om. Het ging allemaal zo snel dat ik blij was dat ik achteraf uitleg kreeg.

Een tijdje geleden was ik op bezoek op een locatie met dove cliënten, waarvan sommigen ook een psychiatrische problematiek hebben. Voor koffie met cake met de bewoners. Ik was de enige die geen gebarentaal sprak. Daarom was ik blij dat de begeleiders tolkten. Zo kon ik het gesprek aan tafel volgen. Totdat opeens het woord ‘moeder’ viel. Toen werd bewoner Pieter geïrriteerd, schoot zijn begeleidster hem aan en ging hij de kamer uit.

Na afloop vertelde de begeleidster me dat Pieter al gespannen was. Ze kende de signalen uit zijn signaleringsplan. Zijn gebaren werden groter en hij woelde door zijn haar. Het kon het begin van een uitbarsting zijn. Toen het gesprek op een gevoelig onderwerp kwam, stelde ze Pieter een time out voor. In zijn eigen huis. Zo kon hij in alle waardigheid zijn stemming de baas worden. Een snelle, vriendelijke, respectvolle en subtiele interventie, die laat zien hoe veelzijdig en knap het vak van begeleider kan zijn.

Greet Prins

Voorzitter Raad van Bestuur

Deze column gaat over de ervaringen en het persoonlijke leven van echte mensen. Om hun privacy te beschermen, veranderen we daarbij meestal details en namen.