'Gaat u maar zitten. Links van mij.' De KNO-arts zit achter zijn beeldscherm terwijl Sem met zijn zus de spreekkamer in schuifelt. Sem blijft staan. Je ziet hem nadenken. Welke linkerkant bedoelt de dokter? De dokter tuurt op het scherm. Zet zijn bril recht. Klikt met de muis. Toetst iets in. Zet zijn bril recht. De 80-plus zus begeleidt haar 70-plus broer met een verstandelijke beperking naar het krukje. Ze kucht. De arts kijkt verschrikt op van de computer.

Het wordt een rommelig consult. Sem is verward in de nieuwe omgeving. Hij vindt het moeilijk om over zijn antwoorden na te denken. De KNO-arts vindt het lastig om contact met Sem te maken. En het gesprek duurt nu alweer zo veel langer dan hij had gedacht. Voor dit gesprek zijn zes oren nodig. Daarom helpt de zus Sem en de arts bij hun gesprek. Ze vertaalt de vragen en de antwoorden en bouwt zo een brug tussen twee werelden. Dat heeft ze wel vaker gedaan voor haar broer.

Even later merken Sem en zijn zus hoe goed het voelt wanneer iemand wél affiniteit met de doelgroep heeft. De assistent die het vervolgonderzoek doet maakt meteen oogcontact. Ze houdt Sems hand vast als ze uitlegt hoe het knopje werkt. En wanneer Sem tijdens de piepjestest het knopje stijf ingedrukt houdt, blijft ze hem aankijken. Zo ziet ze wanneer Sem de piepjes wel of niet hoort. Als Sem de koptelefoon afneemt steekt ze haar duim omhoog. Sem neemt het compliment glunderend in ontvangst.