Een oranje tompouce voor mevrouw Veenstra
'Komt dat even goed uit!' mevrouw Veenstra steekt haar hoofd om de deur van haar appartement. 'Ik was nog niet naar de HEMA geweest. Dit zou het eerste jaar zijn dat ik geen tompouce zou eten. Dankjewel hoor!' Op de Lopikhof in Amsterdam ligt er op koningsdag bij iedereen een tompouce op de deurmat. Keurig in een doosje. Begeleiders brengen ze rond, bellen aan en houden anderhalve meter afstand. De cliënten zijn op hun appartement. Ook koningsdag is dit jaar anders dan anders.

Vlakbij de Gaasperplas wonen nu alweer twee jaar twintig mensen met een verstandelijke beperking. Ze wonen er ‘gespikkeld’ tussen ongeveer honderd senioren zonder beperking. Philadelphia helpt alle bewoners om met elkaar in contact te komen. Bijvoorbeeld tijdens een kookactiviteit, of door bij elkaar op bezoek gaan. Het idee achter dit ‘community builden’ is dat je als zorgverlener meer en meer naar de achtergrond kunt verdwijnen en de cliënten en de andere bewoners het in de toekomst samen overnemen.

Dat is moeilijk tijdens de coronacrisis. De senioren vallen immers onder de kwetsbare doelgroep en moeten zo veel mogelijk beschermd worden. Hun buren, de cliënten van Philadelphia, moeten dus nog even op afstand blijven. Dat is best spannend voor de cliënten en vraagt voor de begeleiders veel uitleg en bijsturen. Het mooiste zou zijn om samen met de cliënten de koningsdaggroet te brengen, maar dat is dit jaar praktisch niet uitvoerbaar.

Er lijkt licht aan het eind van de tunnel te komen. Op veel plekken in Nederland bedenken locaties nieuwe manieren om als cliënten, familie, vrijwilligers, buren en medewerkers met elkaar op te trekken op anderhalve meter afstand. Iedere locatie is anders en maakt zijn eigen afwegingen. Over uitzonderingen moet je met elkaar het gesprek aan durven gaan. Soms kan het. Soms niet. Want veiligheid blijft belangrijk. Daarom brengen in de Lopikhof de begeleiders dit jaar de koningsdaggroet rond. Hoe vreemd dat ook voelt.