Dick stormt de keuken in. Vliegt op Richard af. Richard draait zich om. Geschreeuw. Hoe de-escaleer je dit nu weer? Als begeleider schiet je op zo’n moment direct in de actie-stand. Met uitgestrekte armen opzij duwen? Kun je ze misschien afleiden? Richt je je op Richard of richt je je op Dick? Hoe gaat het met de derde bewoner die angstig op de hoek van de tafel zit? Er hangen zo veel vraagtekens in de lucht dat alles in slow motion lijkt te gaan.

Daar sta je dan als zij-instromer. Als Linda vertelt over het incident met Dick en Richard in de keuken ziet ze het weer voor zich. Je hebt dan even niet zo veel meer aan de ervaringen uit het vorige hoofdstuk van je loopbaan. Fijn dat er een collega is die helpt. Met de handen op de rug -dit keer- én een blik van verstandhouding. Even later is de crisis net zo snel weer afgelopen als ze begonnen is. Dick is naar zijn appartement, Richard zit aan tafel. Rust in de tent.

Zij-instromers betekenen veel voor Philadelphia. Het zijn mensen die hun hart volgen en hun eigen achtergrond meenemen. Tegelijkertijd krijgen ze wel te maken met de mooie én de moeilijke aspecten van werken in de verstandelijke gehandicaptenzorg. Als zorgverlener leren we van Linda hoe we zij-instromers beter kunnen ondersteunen. Want als je opgroeit in dit vak bekijk je dingen soms anders. Daarom is collegiale steun zo waardevol en nodig. Met de handen op de rug en een oogje in het zeil.