Opeens is alles een uitdaging. Die stoel achter je. Hoe ga je daarop zitten? Even kijken? Kan niet. Je bent blind.  Even vragen? Kan niet. Je bent doof. Je voelt je opgesloten in je eigen hoofd. Dan voel je dat iemand je hand vastpakt en je laat voelen waar je precies kunt gaan zitten. Opluchting. Je zou het niet verwachten, maar zelfs gewoon in een stoel neerploffen is een prestatie geworden als je opeens doof en blind bent.

Begin deze maand was ik in Vierhouten tijdens een werkbezoek van medewerkers van het Ministerie van VWS. EMB-begeleider Marjon liet toen deelnemers beleven hoe het is om doof en blind te zijn. Dat deed ze met oordopjes, een koptelefoon en een blinddoek. En met haar handen. Want de handen van je begeleider zijn voor doofblinde cliënten de verbinding met de buitenwereld. Je voelt zo heel even hoe het is om overgeleverd en afhankelijk te zijn.

Zelf ervaren hoe het is om een beperking te hebben. Het kan soms met relatief eenvoudige middelen. Begeleiders noemen het ‘onderdompelen’ en gebruiken het op verschillende plekken om nieuwe collega’s kennis te laten maken met het vreemde land dat beperking heet. Marjon was ook even reisleider toen ze de medewerkers van het ministerie hielp om zich in te leven in een doofblind leven. Het maakte een grote indruk.