Richtlijnen voor vervoer

Het RIVM, de VGN en Koninklijk Nederlands Vervoer hebben richtlijnen opgesteld voor zorgvervoer. Op basis daarvan hanteren we binnen Philadelphia de volgende uitgangspunten: 


Geen vervoer mogelijk indien

Cliënten waar sprake is van één van de volgende situaties, kunnen niet naar de dagbesteding en niet worden vervoerd:
>  Verkoudheidsklachten, zoals neusverkoudheid, loopneus, keelpijn, lichte hoest of verhoging (tot 38 graden Celsius)
>  Verkoudheidsklachten en koorts (boven 38 graden Celsius) en/of benauwdheid 
>  Cliënt heeft huisgenoot/huisgenoten met koorts (boven 38 graden Celsius) en/of benauwdheid 
>  Wanneer, vanuit overleg met de GGD en/of verpleegkundig team, bij een positief geteste medewerker op corona is besloten dat quarantaine van de woonlocatie noodzakelijk is.  

De verantwoordelijkheid om dit voor vertrek te controleren ligt bij de woonlocatie of bij de familie als de cliënt thuis woont. 
 

Vanaf 1 juli

Per 1 juli mag de bezetting van de busjes weer op 100% mits de inzittenden een mondkapje dragen. Dat betekent dat voor een heleboel cliënten het vervoersprobleem nu opgelost is, maar niet voor iedereen. Voor de cliënten die geen mondkapje kunnen of willen dragen zal per persoon met elkaar gekeken moeten worden hoe dit op te lossen.

In het geval van reizen zonder niet-medisch mondkapje geldt:

>  In een bus kunnen maximaal vier cliënten tegelijkertijd worden vervoerd, die in het vervoersmiddel zover mogelijk uit elkaar zitten. Dat gebeurt zoveel als mogelijk in een vaste samenstelling. In een personenauto (alleen van toepassing bij vervoer van cliënten uit één huishouden) geldt een maximum van twee cliënten. 
>  Cliënten stappen zoveel mogelijk zelfstandig in en doen zelf hun veiligheidsriem vast. De chauffeur controleert dit. 
>  De chauffeur (iedere chauffeur, zowel professioneel, vrijwilliger als begeleider ) draagt in de bus en bij het zo nodig helpen van cliënten bij het instappen of het bevestigen van een rolstoel, een chirurgisch mondneuskapje van het type IIR 
 

Gebruik eigen busjes 

Er wordt zo veel als mogelijk gebruik gemaakt van de busjes welke al ter beschikking zijn op woon-of dagbestedingslocaties. Hierover vindt afstemming plaats tussen managers van woon- en  dagbestedingslocaties. Voor de cliënten waar dit geen uitkomst biedt, wordt het lokale taxibedrijf ingezet. De manager maakt afspraken met het vervoerbedrijf. Ook is een combinatie mogelijk  van gedeeltelijk zelf vervoeren en gedeeltelijk de vervoersmaatschappij. 

 

Nog geen schermen toegestaan   

Op dit moment heeft de RDW nog geen toestemming gegeven om schermen of andere hulpmiddelen in een bus te plaatsen, die mogelijk een gevaar vormen voor de verkeersveiligheid. Ook de verzekeringsmaatschappijen zijn nog niet akkoord met de (tijdelijke) aanpassingen in de voertuigen. In afwachting van besluitvorming wordt daarom de anderhalve meter afstand tussen chauffeur en cliënt in acht genomen. ​