Kunnen we bewoners met moeilijk verstaanbaar gedrag beter begrijpen als we meer inzicht hebben in hun spanningsopbouw? Dat onderzoekt Philadelphia in een pilot met biosensoren. Het Zwaluwnest in Sneek is één van de locaties die meedoet aan de pilot. Hinke de Vries werkt hier als coördinerend begeleider. 

‘Ik hoorde voor het eerst over de pilot in een teamvergadering’, vertelt Hinke. ‘Ik moest toen aan Jordy denken. De spanning kan bij hem snel oplopen. Soms met agressief gedrag als gevolg.’ Omdat Jordy zelf niet in staat is om hierover mee te denken, besprak Hinke de mogelijkheid om deel te nemen aan de pilot met zijn ouders en een gedragsdeskundige. ‘We hebben Jordy uitgelegd dat dit een manier is om hem beter te kunnen begeleiden. En we maakten duidelijke afspraken. Jordy doet de sensoren ’s ochtends zelf om en voor hij gaat slapen gaan ze weer af.’

Biosensoren

De sensoren die Philadelphia in de pilot gebruikt noemen we biosensoren. Dit zijn sensoren die bepaalde waarden meten als je ze op je lichaam draagt. De techniek die we hiervoor inzetten is de HUME van Mentech. Jordy draagt een sok en een borstband met sensoren. Die meten zijn hartslag en de hoeveelheid zweet op zijn huid. Deze gegevens worden vervolgens geanalyseerd en weergegeven in een app. 

‘Laat me even!’

‘In zijn begeleidingsplan staat dat we om de tien minuten even bij Jordy kijken om te beoordelen hoe hij erbij zit’, legt Hinke uit. ‘Dat vindt hij niet altijd fijn. Hij zegt weleens: ‘Laat me even!’ of ‘Ben je er nu alweer?’ Sinds hij de biosensoren draagt, kan ik in de app zien hoe het met hem gaat. Geeft de app groen aan? Dan is hij ontspannen. Ik loop dan wel even langs zijn kamer, maar zoek geen aansluiting met hem. Op die manier zit ik hem lang niet zo veel op de huid.’

Geeft de app oranje (licht gespannen) of rood (gespannen) aan? Dan zoekt Hinke juist wél aansluiting. ‘Als de spanning toeneemt heeft Jordy nabijheid nodig’, licht Hinke toe. ‘Is hij echt heel gespannen? Dan ga ik vanuit rood begeleiden. Dat betekent dat ik hem korte opdrachten geef zodat hij in actie komt. Dat helpt hem om uit zijn hoofd te komen en weer rustig te worden. Dat dit bij hem zo werkt, zie ik nu ook terug in de app. Hij gaat dan van rood naar groen.’

Meer tijd voor andere bewoners

Dat ze Jordy nu wat vaker kan laten, zorgt ervoor dat Hinke haar aandacht beter kan verdelen. ‘Bijvoorbeeld als hij oefeningen moet doen voor zijn rug’, vertelt ze. ‘Hij heeft één oefening waarbij hij tien minuten op de grond ligt met zijn benen omhoog. Hij heeft dan een koptelefoon met muziek op. Ik vroeg me vaak af hoe het met zijn spanning gaat als ik bij hem wegloop. Nu zie ik in de app dat hij dan hartstikke ontspannen ligt. Dat is zo’n moment dat ik denk: yes! Ik weet nu dat hij ontspannen is, zonder dat ik de hele tijd in de buurt moet zijn. Hij heeft even een moment voor zichzelf en ik kan mijn tijd besteden aan andere bewoners.’

Hinke en haar collega’s zijn heel positief over de inzet van biosensoren. ‘Het is een manier om nog betere aansluiting te vinden met een bewoner. Om hem nog beter te kunnen ondersteunen en begeleiden.’ Hinke vindt het wel jammer dat ze geen inzicht hebben in hoe het ’s nachts met de spanningsopbouw bij Jordy gaat. ‘Hij geeft ’s ochtends vaak aan dat hij slecht heeft geslapen en veel heeft liggen malen’, vertelt ze. ‘Ik ben benieuwd of hij dan ook echt gespannen is, of dat het vooral negatieve gedachten zijn waar hij last van heeft.’ Samen met Mentech kijken we of er manieren zijn om dit in kaart te brengen.