Ze staat nu ruim een jaar aan het hoofd van Philadelphia. Een mooi moment om de balans op te maken. Hoe kijkt Saskia Baas naar de organisatie en de uitdagingen die voor ons liggen? ‘We willen het werk van de medewerkers leuk, leuker en meer behapbaar maken en tegelijkertijd recht doen aan waar we oprecht in geloven: zeggenschap en eigen regie voor de cliënt.’

Als dochter van een expat heeft ze over de hele wereld gewoond. Gewend aan vele plekken, nieuwe scholen en steeds weer nieuwe mensen, heeft ze geen vooropgezet carrièreplan. ‘Ik kijk naar wat er voorligt en stap dan ergens met volle overtuiging in’. Dat deed ze als klein meisje al. Met wisselend succes, overigens. Toen ze bedacht dat ze kapper wilde worden, namen zij en haar vriendinnetje meteen de schaar ter hand. ‘Dat was niet zo’n succes’, herinnert ze zich. Later wilde ze piloot worden en bouwde ze met haar broer iets waarmee ze uit de boom kon vliegen. ‘Ik ben avontuurlijk en gepassioneerd.’ Vandaar dat Saskia Baas zich als een vis in het water voelt bij Philadelphia.

Meer dan een zorgorganisatie

Ze is nu ruim een jaar voorzitter van de raad van bestuur van Philadelphia. Van die stap heeft ze nog geen seconde spijt gehad, vertelt ze. ‘Ik vind het prachtig! Philadelphia is een mooie, warme, stoere en vooruitstrevende organisatie. We durven standpunten in te nemen. We durven dingen te doen, te innoveren, dingen anders te doen. Met respect voor wat er is.’

Na 20 jaar in het bankwezen te hebben gewerkt, koos ze voor de zorg. Ziekenhuizen en later de GGD. Wat valt dan op na 12 maanden gehandicaptenzorg? ‘Dat het gaat om een bijzondere groep cliënten die, zoveel als dat kan, een gewoon, eigen leven moeten kunnen leiden. Dat doorleven we met elkaar. Alles wat we doen draagt bij aan dat doel. De vraag die dan opkomt is: zijn we wel een zorgorganisatie? Of zijn we een organisatie die mensen met een beperking ondersteunt bij het leven, wonen en werken in de maatschappij? Dat is veel meer dan zorgen voor: leven, wonen, werken, meedoen. Wij bieden de stut- en steunstructuur om dat doel te bereiken. Samen ontdekken we wat nodig is en dat is zo veel meer dan zorg en wonen.

In het ziekenhuis komt iemand die iets mankeert. Daar zoek je een oplossing voor en dan vertrekt diegene weer. Op het leven voor en na de opname hebben we vaak helemaal geen zicht. Bij de GGD gaat het juist om de publieke gezondheid. Dat heeft een brede en lange doorlooptijd, dat gaat over groepen en generaties. En je bent ook meer bezig met collectieve preventie. Hier bij Philadelphia gaat het en om een lange looptijd en om het individu; je bent een lange tijd betrokken bij het leven van een cliënt. En je bent er dus niet alleen voor de zorg, maar je ondersteunt voor zo ver nodig bij alle facetten van het leven.’

Wat was er anders dan je had verwacht?

‘Ik hou van ontdekkend leren. En ga dus niet te veel van verwachtingen uit. Ik heb mezelf de tijd gegund om me onder te dompelen in de organisatie. Ik wil alle locaties bezoeken. Dat houdt een plek  in mijn agenda. Eens in de week wil ik ergens zijn. En er dan ook echt zijn. Even zitten, een hapje mee-eten, soms help ik met koken of vouw ik de was. Dat is heel leuk en ook heel waardevol. Ik zie dan hoe wat er op papier staat zich verhoudt tot de werkelijkheid. Ik heb nu zo’n 100 locaties bezocht en overal is het anders. Het is  fantastisch zoals iedereen zich inzet, met volle overtuiging en oog voor de cliënt. Ik ben echt trots als ik zie wat cliënten en medewerkers ondernemen, bijvoorbeeld samen met de buurt. En ik zie al die talenten. Supertrots liep ik op de KunstRAI, waar we een eigen stand hadden. En alles wat we in onze grandcafés en onze werkplaatsen doen. Dat is toch gaaf!’

Zeggenschap

Een gewoon leven, een eigen leven, Baas ziet het op veel plekken in onze organisatie terug. De nadruk op de zeggenschap van de cliënt, of die nu in een grand café werkt of intensieve zorg nodig heeft op een locatie voor mensen met een ernstige meervoudige beperking (EMB). Wat ze ook ziet en hoort is dat onze visie op zeggenschap spanningen kan opleveren met verwanten. ‘Een goed gesprek, bij ons heet dat een moedig gesprek, is altijd het begin van een oplossing’, vindt ze. ‘Een verwant heeft soms de verwachting dat de zorg bij ons net als thuis is. Dat is niet altijd zo. Dan gaat het om in vertrouwen loslaten. Accepteren dat anders niet per se slechter is.’

Ze wijst op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. ‘Die verklaring is er niet voor niets’, zegt ze. ‘Maar ik snap ook hoe moeilijk het is om je kind los te laten. Ik heb respect voor de gevoelens van verwanten. Tegelijkertijd moeten we ervoor blijven staan dat cliënten recht hebben op een eigen, gewoon leven. Soms is er een moedig, stevig gesprek voor nodig om tot elkaar te komen. Vaak kom je er samen wel uit, maar soms lukt het niet. Dan moet je durven zeggen wat de gevolgen zijn, maar we gaan heel ver om het op te lossen.’

Als je kijkt naar onze waarden, liefde, lef en meesterschap, hoe zie je die terug in hoe wij werken?

‘Liefde gaat over de ultieme betrokkenheid bij het doel. We ondersteunen cliënten bij het leiden van een eigen en gewoon leven. Dat doen we met liefde zonder betuttelend te zijn. Lef betekent voor mij dat we het even iets anders doen. We nemen de bestaande orde niet altijd voor lief. We zoeken naar verbeteringen, innovaties en duiken in het diepe. Zelforganisatie en regelarm werken doen we op onze eigen manier. Lef is ook om iets te starten zonder precies te weten wat de uitkomst is. Meesterschap, tot slot, gaat over de manier waarop we ons werk doen. Wat is onze rol in een steeds complexer wordende samenleving? Blijf bezig met je vak, ontwikkel je verder en inspireer elkaar. Vakmanschap en meesterschap gaan hand in hand. Het gaat om meesterlijk worden in je vak. Investeer daarin. Dat doen wij als organisatie en dat verwachten we ook van de medewerkers.’

We hebben te maken met een flinke krapte op de arbeidsmarkt. Hoe kijk jij daar tegenaan? Hoe kunnen we goede zorg blijven waarborgen?

‘Dat is onze grootste uitdaging. We zullen het werk moeten doen met pakweg 80 procent van de mensen. Niet omdat we willen bezuinigen, maar omdat die mensen er gewoonweg niet zijn. We willen het werk van de medewerkers leuk, leuker en meer behapbaar maken en tegelijkertijd recht doen aan waar we oprecht in geloven: zeggenschap en eigen regie voor de cliënt.

We zijn daar al een tijdje op aan het voorsorteren door op een andere manier te werken. Met sociale en digitale innovaties als community building en informele zorg, DigiContact en robot Phi. We willen het zorg- en dienstverleningsproces met behulp van innovaties op een andere manier organiseren. Voor de begeleider moet daardoor tijd vrijkomen om dat te doen waarbij fysieke nabijheid nodig is. We hebben al heel veel klaar staan om zo te gaan werken, maar we moeten een drempel over. Dat is heel spannend. We gaan vanaf de basis beginnen. Leren en ontwikkelen. De bouwstenen en de ambitie hebben we. Het is niet voor niets dat het Zilveren Kruis een strategisch samenwerking met ons aangaat. Zij zien ons als een innovatieve partner. Samen kijken we hoe we de innovaties kunnen inzetten en verzamelen we inzichten, ook op basis van wetenschappelijk onderzoek.’

Zinvol bezig zijn

Als voorbeeld van een andere manier van werken wijst ze op de ontwikkelingen bij het cluster Werk & Begeleiding. Daar slagen ze er heel goed in om de talenten bij deelnemers te ontdekken en verder te kijken dan ‘dagbesteding’ in de zin van bezighouden. Baas: ‘Het gaat om werk, zinvol bezig zijn. Waar wordt iemand blij van? Hoe leuk is zo’n 3D Lab of een plek waar je hout kunt bewerken, of wanneer je als woonhulp aan de slag kunt. Dat vind ik heel mooi om uit te dragen. En het is ook professioneel. Al die grand cafés, we doen het goed of we doen het niet. Neem ons eigen koffiemerk, Phlavour. Dat is zo gaaf. Cliënten waren betrokken bij de selectie van de bonen, de verpakking en ze helpen bij de logistiek. Dat is een mooi compleet verhaal.’