Leven in een beschermde omgeving
In de eerste helft van de 20e eeuw zijn er verschillende instituten waar mensen met een verstandelijke beperking verblijven. (In die tijd werden ze ’zwakzinnigen’ en daarvoor ’idioten’ genoemd.) Deze instituten zijn meestal opgericht door de kerken.
De heersende mening is dat mensen met een verstandelijke beperking het beste kunnen leven in een eigen, beschermde wereld, waar zij het niet hoeven op te nemen tegen ’normale mensen’. De instituten staan dan ook vaak ver van de bewoonde wereld. Er wonen honderden, soms meer dan duizend mensen bij elkaar.
De Vereniging Philadelphia
In de jaren ’50 en ’60 vragen veel ouders zich af of een grootschalig instituut buiten de samenleving wel de beste plek voor hun kind is. Velen zien hun kind liever opgroeien in een normalere situatie. Als ze hun kind niet zelf kunnen verzorgen, dan willen ze het toch graag in de buurt houden en zo gewoon mogelijk laten wonen. Joop Dondorp (1906-1996) is in die jaren onderwijzer in het Buitengewoon Onderwijs. Hij motiveert ouders om elkaar te steunen en hun wensen kenbaar te maken. Dat resulteert in 1956 in de oprichting van de landelijke Oudervereniging Philadelphia (nu Philadelphia Support).
Steun bij elkaar
De vereniging wil ouders met elkaar in contact brengen, zodat ze ervaringen kunnen uitwisselen en elkaar kunnen steunen. De vereniging voorziet daarmee in een grote behoefte. Ouders staan er emotioneel vaak alleen voor, omdat er op verstandelijke beperking een taboe rust. Ze worstelen met schaamte en onmacht. De kerken weten ook niet goed wat ze met het onderwerp moeten.
Financiële zorgen
Naast emotionele problemen hebben ouders vaak financiële zorgen. Er is geen structurele financiering en als hun kind al in een groot instituut terecht kan, draaien ze zelf op voor de verpleegprijs. Is het geld op, dan zijn ze op de kerk aangewezen. Pas als deze hulp niet meer toereikend is, kunnen ze een beroep op de Armenwet doen.
De Stichting Philadelphia
De vereniging biedt ouders steun en erkenning. Al snel blijkt echter dat ze ook behoefte hebben aan andere opvangmogelijkheden: dicht bij huis en kleinschalig. Hiervoor wordt de Stichting Philadelphia opgericht.
Het eerste succes van de stichting is Dennenoord, een kortverblijftehuis in Bennekom. Het is het eerste in zijn soort in Europa. Dennenoord kan worden gerealiseerd na de landelijke actie ‘Een ton voor een mongooltje’. Al snel komen er in het hele land kleinschalige huizen van de grond, zowel voor mensen met een ernstige beperking als voor mensen met een lichtere beperking die overdag naar een dagverblijf of sociale werkplaats gaan (de gezinsvervangende tehuizen).
Erkende speler
Het concept slaat geweldig aan. De kleinschalige, toegankelijke voorzieningen zijn precies wat ouders willen. Joop Dondorp weet mensen op cruciale posten in de maatschappij bij zijn werk te betrekken. Hij houdt toespraken voor de radio en doorkruist het land om medestanders te winnen. Langzamerhand wordt Philadelphia een erkende speler in de wereld van de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking.
Pionieren
In de beginjaren drijft Philadelphia op leningen, hypotheken en giften. Ouders moeten bij gemeenten een bijdrage uit de Algemene Bijstandswet zien los te peuteren (de AWBZ wordt pas omstreeks 1972 van kracht) en de eerste medewerkers moeten maar afwachten of ze aan het eind van de maand hun loonzakje krijgen. Het is pionieren. Pionieren om aan middelen te komen, pionieren met nieuwe zorgvormen en pionieren om in overleg met de overheid de wensen van de ouders te realiseren. Maar het heeft succes. De Stichting Philadelphia is uitgegroeid tot een landelijke organisatie met circa 8.200 medewerkers die in en vanuit circa 800 locaties ruim 8.000 cliënten in de gehandicaptenzorg ondersteunen.
Goede en eigentijdse ondersteuning
Philadelphia wil er vanuit een christelijke visie aan bijdragen dat mensen met een verstandelijke beperking gelukkig kunnen zijn en het beste uit zichzelf kunnen halen. We hebben oog voor de situatie en de mogelijkheden van iedere individuele cliënt en houden daar rekening mee als het gaat om zorg, wonen, werken, leren, dagbesteding en welzijn. Ook luisteren we naar wat cliënten en belangenbehartigers van onze ondersteuning vinden. In de Cliëntenraad en de Participatieraad kunnen zij daarover meepraten.
Mensenliefde
Philadelphia is inmiddels niet meer weg te denken in de zorg voor mensen met een <verstandelijke> beperking. Het inspirerende element van ons werk, het omzien naar elkaar, willen we blijven voortzetten en in de dagelijkse praktijk inhoud blijven geven.